BWBR0005130
Geldig vanaf 1991-07-17
Artikel 3
Wet temporisering van de uitbetaling van investeringsbijdragen en beëindiging op termijn van de verrekening van die bijdragen
Alvorens een belastingaanslag met betrekking tot de vennootschapsbelasting wordt vastgesteld, wordt de belasting, nadat deze is vermeerderd met desinvesteringsbetalingen en verminderd met investeringsbijdragen, verhoogd met 80 percent van de bij die aanslag in aanmerking genomen investeringsbijdragen voor zover deze vóór 1 juli 1990 per saldo nog niet bij een belastingaanslag in aanmerking zijn genomen. Gelijktijdig stelt de inspecteur vier beschikkingen vast, elk bevattende een bedrag ter grootte van 20 percent van laatstbedoelde investeringsbijdragen. De beschikkingen zijn vatbaar voor uitbetaling één jaar, onderscheidenlijk twee jaren, drie jaren en vier jaren na de vaststelling van de belastingaanslag. Ingeval een belastingaanslag over een jaar is voorafgegaan door een belastingaanslag over hetzelfde jaar en ten opzichte van laatstgenoemde belastingaanslag een wijziging optreedt welke leidt tot een wijziging van de in aanmerking te nemen investeringsbijdragen, worden met de beschikkingen verrekend de overeenkomstige, eerder over dat jaar vastgestelde, beschikkingen; indien zulks niet leidt tot een wijziging van de in aanmerking te nemen investeringsbijdragen is de tweede volzin niet van toepassing. Leidt de verrekening tot een door de belastingplichtige te betalen bedrag dan is wat betreft het tijdstip van invorderbaarheid de derde volzin van overeenkomstige toepassing. Voor de invordering wordt het in de beschikkingen opgenomen bedrag aangemerkt als vennootschapsbelasting. In afwijking van artikel 24, derde lid, van de Invorderingswet 1990is verrekening van de beschikkingen vóór de vervaldatum niet mogelijk. Bij het vaststellen van een vermindering van een belastingaanslag dan wel het verlenen van een voorlopige teruggaaf is het vorenstaande van overeenkomstige toepassing.