BWBR0005093
Geldig vanaf 1991-07-04
Artikel X
Wijzigingsbesluit Rijkswachtgeldbesluit 1959
1. Degene die vóór 1 januari 1987 in het genot was van wachtgeld als bedoeld in het Rijkswachtgeldbesluit 1959, waarvan de duur, nadat toepassing is gegeven aan artikel VII, tweede lid, van dit besluit, verstrijkt in de periode 1 april 1991 tot en met 31 december 1997, heeft recht op een overgangsuitkering.
2. De duur van de overgangsuitkering is een jaar, met dien verstande dat de uitkering uiterlijk 1 januari 1998 eindigt. De overgangsuitkering gaat in direct na het verstrijken van het wachtgeld als bedoeld in het eerste lid en wordt in maandelijkse termijnen betaald.
3. De hoogte van de overgangsuitkering is over een maand gelijk aan het minimumloon, met dien verstande dat dit bedrag nooit meer kan bedragen dan 70% van de bezoldiging.
4. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder minimumloon verstaan het maandbedrag van het minimumloon bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag( Stb.1968, 657).
5. Het Rijkswachtgeldbesluit 1959is voor zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
2. De duur van de overgangsuitkering is een jaar, met dien verstande dat de uitkering uiterlijk 1 januari 1998 eindigt. De overgangsuitkering gaat in direct na het verstrijken van het wachtgeld als bedoeld in het eerste lid en wordt in maandelijkse termijnen betaald.
3. De hoogte van de overgangsuitkering is over een maand gelijk aan het minimumloon, met dien verstande dat dit bedrag nooit meer kan bedragen dan 70% van de bezoldiging.
4. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder minimumloon verstaan het maandbedrag van het minimumloon bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag( Stb.1968, 657).
5. Het Rijkswachtgeldbesluit 1959is voor zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.