BWBR0005093
Geldig vanaf 1991-07-04
Artikel IX
Wijzigingsbesluit Rijkswachtgeldbesluit 1959
1. De uitkeringen toegekend krachtens de bepalingen van de Tijdelijke regeling WWV-vervangende uitkering ( Stb.1987, 400) blijven voor de op of na 1 april 1991 resterende duur, alsmede wat betreft de hoogte, gehandhaafd met dien verstande dat:
a. met inwerkingtreding van dit besluit de bepalingen van de Uitkeringsregeling 1966, behoudens het bepaalde in de artikelen 19 en 25, eerste tot en met zesde lid, daarop overigens van toepassing zijn;
b. het bepaalde in artikel V, derde lid, van dit besluit niet van toepassing is.
2. Ten aanzien van een op basis van artikel 5, eerste tot en met vierde lid, van de Tijdelijke regeling WWV-vervangende uitkering toegekend recht op uitkering, welke vóór het voor de betrokken belanghebbende in artikel 11 van de regeling bedoelde tijdstip is geëindigd, blijft, indien de omstandigheden die tot dat eindigen hebben geleid of zouden hebben geleid op of na 1 april 1991 ophouden te bestaan, artikel 5, vijfde lid, van de regeling van toepassing.
a. met inwerkingtreding van dit besluit de bepalingen van de Uitkeringsregeling 1966, behoudens het bepaalde in de artikelen 19 en 25, eerste tot en met zesde lid, daarop overigens van toepassing zijn;
b. het bepaalde in artikel V, derde lid, van dit besluit niet van toepassing is.
2. Ten aanzien van een op basis van artikel 5, eerste tot en met vierde lid, van de Tijdelijke regeling WWV-vervangende uitkering toegekend recht op uitkering, welke vóór het voor de betrokken belanghebbende in artikel 11 van de regeling bedoelde tijdstip is geëindigd, blijft, indien de omstandigheden die tot dat eindigen hebben geleid of zouden hebben geleid op of na 1 april 1991 ophouden te bestaan, artikel 5, vijfde lid, van de regeling van toepassing.