BWBR0005009
Geldig vanaf 1991-07-01
Artikel 83
Wet op de lijkbezorging
1. De bij de inwerkingtreding van deze wet in gebruik zijnde begraafplaatsen en crematoria worden geacht te zijn aangelegd en opengesteld onderscheidenlijk gevestigd en in werking gesteld te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze wet. Een op dat tijdstip reeds verleend verlof tot vestiging, uitbreiding of wijziging van een crematorium wordt geacht ingevolge artikel 53te zijn verleend.
2. De op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet geldende ontheffingen, verleend op grond van artikel 13, eerste lid, van de Wet op de lijkbezorging (Wet van 10 april 1869. <em>Stb.</em>65), worden geacht te zijn verleend overeenkomstig artikel 33, van deze wet.
3. De op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet geldende gemeentelijke verordeningen tot heffing van rechten als bedoeld in de artikelen 20, 21, 29 <em>o</em>en 30-35 van de Wet op de lijkbezorging (Wet van 10 april 1869, <em>Stb.</em>65), worden geacht te zijn vastgesteld krachtens <a href="/wet/BWBR0005416/artikel/229" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 229 van de Gemeentewet</a>( <em>Stb.</em>1992, 96).
2. De op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet geldende ontheffingen, verleend op grond van artikel 13, eerste lid, van de Wet op de lijkbezorging (Wet van 10 april 1869. <em>Stb.</em>65), worden geacht te zijn verleend overeenkomstig artikel 33, van deze wet.
3. De op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet geldende gemeentelijke verordeningen tot heffing van rechten als bedoeld in de artikelen 20, 21, 29 <em>o</em>en 30-35 van de Wet op de lijkbezorging (Wet van 10 april 1869, <em>Stb.</em>65), worden geacht te zijn vastgesteld krachtens <a href="/wet/BWBR0005416/artikel/229" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 229 van de Gemeentewet</a>( <em>Stb.</em>1992, 96).