BWBR0005009
Geldig vanaf 1991-07-01
Artikel 71
Wet op de lijkbezorging
1. Een lijk wordt niet gebalsemd of onderworpen aan enige andere conserverende bewerking die niet is gericht op gebruik van delen van het lijk ingevolge de <a href="/wet/BWBR0008066" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet op de orgaandonatie</a>. In uitzonderlijke gevallen kan Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ontheffing van dit verbod verlenen.
In de ontheffing wordt de wijze en de plaats van de lijkbezorging vermeld. De artikelen 12-15zijn van overeenkomstige toepassing.
2. Het verbod, vermeld in het eerste lid, is niet van toepassing, indien het lijk tot ontleding bestemd is of naar het buitenland wordt gezonden.
3. Artikel 69is van overeenkomstige toepassing. Indien het lijk tot ontleding is bestemd, is alleen het tweede lid van dat artikel van overeenkomstige toepassing.
4. In afwijking van het eerste lid kan een lijk worden onderworpen aan een conserverende bewerking die ten hoogste tien dagen effect heeft.
5. Een bewerking als bedoeld in het vierde lid vindt eerst plaats nadat is vastgesteld dat verwijdering van een of meer organen als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0008066" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet op de orgaandonatie</a>niet zal plaatsvinden.
6. Bij ministeriële regeling kunnen eisen worden gesteld aan de opleiding en de vakbekwaamheid van degenen die de bewerking, bedoeld in het vierde lid, uitvoeren alsmede aan de wijze van bewerking.
In de ontheffing wordt de wijze en de plaats van de lijkbezorging vermeld. De artikelen 12-15zijn van overeenkomstige toepassing.
2. Het verbod, vermeld in het eerste lid, is niet van toepassing, indien het lijk tot ontleding bestemd is of naar het buitenland wordt gezonden.
3. Artikel 69is van overeenkomstige toepassing. Indien het lijk tot ontleding is bestemd, is alleen het tweede lid van dat artikel van overeenkomstige toepassing.
4. In afwijking van het eerste lid kan een lijk worden onderworpen aan een conserverende bewerking die ten hoogste tien dagen effect heeft.
5. Een bewerking als bedoeld in het vierde lid vindt eerst plaats nadat is vastgesteld dat verwijdering van een of meer organen als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0008066" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet op de orgaandonatie</a>niet zal plaatsvinden.
6. Bij ministeriële regeling kunnen eisen worden gesteld aan de opleiding en de vakbekwaamheid van degenen die de bewerking, bedoeld in het vierde lid, uitvoeren alsmede aan de wijze van bewerking.