BWBR0004993
Geldig vanaf 1991-04-01
Artikel 8
Wet assurantiebemiddelingsbedrijf
1. In het register wordt doorgehaald de inschrijving van de tussenpersoon die:
a. daarom verzoekt;
b. is overleden;
c. in staat van faillissement verkeert of ten aanzien van wie de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard;
d. in liquidatie is getreden;
e. onder curatele is gesteld of van wie de handlichting is ingetrokken;
f. het bedrag, verschuldigd ingevolge artikel 27, tweede lid, niet heeft voldaan, na door de Raad in gebreke te zijn gesteld.
2. In het register wordt voorts doorgehaald de inschrijving van de tussenpersoon die:
a. naar het oordeel van de Raad in ernstige mate handelt in strijd met het belang van een of meer verzekeraars, verzekeringnemers, verzekerden of gerechtigden op uitkering of anderszins niet meer voldoet aan de in artikel 4, tweede lid, onderdeel a, gestelde eis;
b. de feitelijke leiding over een of meer vestigingen van het assurantiebemiddelingsbedrijf laat uitoefenen door natuurlijke personen die niet voldoen aan de vereisten, genoemd in artikel 4, vierde lid, tweede en laatste volzin;
c. niet meer in het bezit is van de ontheffing, bedoeld in artikel 5, eerste lid;
d. naar het oordeel van de Raad ernstig in gebreke blijft aan de in artikel 28, eerste, tweede en derde lid, bedoelde verplichtingen te voldoen.
3. De Raad is bevoegd op grond van bijzondere omstandigheden de doorhaling, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a, ben d,op door hem te stellen voorwaarden, gedurende een door hem te bepalen tijd, op te schorten. De Raad kan de termijn van opschorting verlengen, zo hij gegronde redenen daartoe aanwezig acht. Van deze opschorting stelt de Raad aantekening in het register onder vermelding van de termijn van opschorting.
a. daarom verzoekt;
b. is overleden;
c. in staat van faillissement verkeert of ten aanzien van wie de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard;
d. in liquidatie is getreden;
e. onder curatele is gesteld of van wie de handlichting is ingetrokken;
f. het bedrag, verschuldigd ingevolge artikel 27, tweede lid, niet heeft voldaan, na door de Raad in gebreke te zijn gesteld.
2. In het register wordt voorts doorgehaald de inschrijving van de tussenpersoon die:
a. naar het oordeel van de Raad in ernstige mate handelt in strijd met het belang van een of meer verzekeraars, verzekeringnemers, verzekerden of gerechtigden op uitkering of anderszins niet meer voldoet aan de in artikel 4, tweede lid, onderdeel a, gestelde eis;
b. de feitelijke leiding over een of meer vestigingen van het assurantiebemiddelingsbedrijf laat uitoefenen door natuurlijke personen die niet voldoen aan de vereisten, genoemd in artikel 4, vierde lid, tweede en laatste volzin;
c. niet meer in het bezit is van de ontheffing, bedoeld in artikel 5, eerste lid;
d. naar het oordeel van de Raad ernstig in gebreke blijft aan de in artikel 28, eerste, tweede en derde lid, bedoelde verplichtingen te voldoen.
3. De Raad is bevoegd op grond van bijzondere omstandigheden de doorhaling, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a, ben d,op door hem te stellen voorwaarden, gedurende een door hem te bepalen tijd, op te schorten. De Raad kan de termijn van opschorting verlengen, zo hij gegronde redenen daartoe aanwezig acht. Van deze opschorting stelt de Raad aantekening in het register onder vermelding van de termijn van opschorting.