BWBR0004993
Geldig vanaf 1991-04-01
Artikel 5
Wet assurantiebemiddelingsbedrijf
1. Op een daartoe strekkend verzoek kan de Raad, in het belang van het bedrijf van een tussenpersoon, ontheffing verlenen van de in artikel 4, eerste lid, bedoelde vakbekwaamheidseisen, aan hetzij:
a. een der personen die met een overleden tussenpersoon tot het tijdstip van diens overlijden een duurzame gemeenschappelijke huishouding hebben gehad;
b. een der niet tot de huishouding behorende kinderen van een overleden tussenpersoon;
c. de vereffenaar van een in liquidatie getreden tussenpersoon;
d. de curator van een onder curatele gestelde tussenpersoon.
2. De in het eerste lid bedoelde ontheffing wordt met terugwerkende kracht verleend tot de datum van overlijden, van aanvang van de vereffening of van de ondercuratelestelling. De ontheffing geldt voor ten hoogste een jaar en kan ten hoogste tweemaal met een jaar worden verlengd.
3. Bij de inschrijving in het register van degene aan wie een ontheffing als bedoeld in het eerste lid is verleend, wordt aangetekend:
a. de grond van de ontheffing;
b. de termijn gedurende welke de ontheffing geldt;
c. de naam van de in het eerste lid bedoelde tussenpersoon.
a. een der personen die met een overleden tussenpersoon tot het tijdstip van diens overlijden een duurzame gemeenschappelijke huishouding hebben gehad;
b. een der niet tot de huishouding behorende kinderen van een overleden tussenpersoon;
c. de vereffenaar van een in liquidatie getreden tussenpersoon;
d. de curator van een onder curatele gestelde tussenpersoon.
2. De in het eerste lid bedoelde ontheffing wordt met terugwerkende kracht verleend tot de datum van overlijden, van aanvang van de vereffening of van de ondercuratelestelling. De ontheffing geldt voor ten hoogste een jaar en kan ten hoogste tweemaal met een jaar worden verlengd.
3. Bij de inschrijving in het register van degene aan wie een ontheffing als bedoeld in het eerste lid is verleend, wordt aangetekend:
a. de grond van de ontheffing;
b. de termijn gedurende welke de ontheffing geldt;
c. de naam van de in het eerste lid bedoelde tussenpersoon.