BWBR0004875
Geldig vanaf 1990-10-01
Artikel 5
Sociaal statuut verzelfstandiging Rijks Computercentrum
1. Voor het personeelslid zal een pensioenvoorziening worden getroffen die, wat de ouderdomsvoorziening en de voorzieningen voor de nagelaten betrekkingen betreft, ten minste gelijkwaardig zal zijn aan die ingevolge de Algemene burgerlijke pensioenwet. Van de pensioenvoorziening zal een regeling deel uitmaken die erin voorziet, dat de personeelsleden geen nadelige gevolgen zullen ondervinden van een optredende pensioenbreuk. Wat de voorziening bij blijvende arbeidsongeschiktheid betreft zal de pensioenvoorziening zodanig aanvullend zijn ten opzichte van de ter zake algemeen geldende sociale verzekeringswetgeving, dat het totaal daarvan gelijkwaardig zal zijn aan de invaliditeitsvoorziening ingevolge de Algemene burgerlijke pensioenwet.
2. Uiterlijk op de overgangsdatum zal een pensioenreglement zijn opgesteld. In dit reglement zal in ieder geval een bepaling worden opgenomen, dat de pensioengeldige diensttijd in de zin van de Algemene burgerlijke pensioenwet in dezelfde mate zal meetellen voor de pensioenvoorziening.
Voorts zal het reglement voorzien in de garantie, dat in de pensioenvoorziening een indexeringsregeling is ingebouwd. De financiering van de noodzakelijke back-service zal worden gerealiseerd door de oude en de nieuwe werkgever.
3. Uiterlijk op de overgangsdatum zal voor het personeelslid een voorziening ten behoeve van vrijwillig vervroegd uit treden worden getroffen die ten minste gelijkwaardig zal zijn aan die ingevolge de Wet uitkering wegens vrijwillig vervroegd uittreden (Stb. 1984, 273).
2. Uiterlijk op de overgangsdatum zal een pensioenreglement zijn opgesteld. In dit reglement zal in ieder geval een bepaling worden opgenomen, dat de pensioengeldige diensttijd in de zin van de Algemene burgerlijke pensioenwet in dezelfde mate zal meetellen voor de pensioenvoorziening.
Voorts zal het reglement voorzien in de garantie, dat in de pensioenvoorziening een indexeringsregeling is ingebouwd. De financiering van de noodzakelijke back-service zal worden gerealiseerd door de oude en de nieuwe werkgever.
3. Uiterlijk op de overgangsdatum zal voor het personeelslid een voorziening ten behoeve van vrijwillig vervroegd uit treden worden getroffen die ten minste gelijkwaardig zal zijn aan die ingevolge de Wet uitkering wegens vrijwillig vervroegd uittreden (Stb. 1984, 273).