BWBR0004855
Geldig vanaf 1990-01-01
Artikel 19
Besluit kwaliteitsregels jeugdhulpverlening
1. Een voorziening voor pleegzorg en een instelling voor therapeutische gezinsverpleging plaatsen een jeugdige slechts in een pleeggezin, indien wordt voldaan aan dit artikel.
2. In een pleeggezin worden niet meer dan drie pleegkinderen opgenomen, tenzij de voorziening voor pleegzorg of de instelling voor therapeutische gezinsverpleging aan Onze minister die het aangaat aannemelijk maakt dat plaatsing in een pleeggezin, waar al drie of meer kinderen zijn geplaatst, verantwoord is.
3. Een pleegouder, dan wel één der pleegouders, heeft ten minste de leeftijd van eenentwintig jaren bereikt. Een pleegouder is niet tevens degene, die door de desbetreffende voorziening voor pleegzorg is belast met de begeleiding van het pleegkind, de pleegouders en de ouders.
4. De pleegouder beschikt voorafgaande aan de plaatsing in het pleeggezin over een verklaring van geen bezwaar afgegeven door de raad voor de kinderbescherming. In uitzonderlijke gevallen beschikt de pleegouder uiterlijk binnen zes weken na de plaatsing over deze verklaring.
5. De opvoeding en verzorging van de jeugdige door het pleeggezin geschiedt gedurende het hele etmaal en gedurende ten minste vijf opeenvolgende dagen per week. In bijzondere gevallen kunnen hierop uitzonderingen worden gemaakt, die gemotiveerd dienen te zijn beschreven in het hulpverleningsplan. Indien het betreft pleegzorg door een voorziening van pleegzorg ten aanzien van jeugdigen waarover een voogdij-instelling de voogdij uitoefent of die door een gezinsvoogdij-instelling daar met machting van de kinderrechter op grond van artikel 261 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboekuit huis heeft geplaatst, geschiedt de opvoeding en verzorging van de jeugdige door het pleeggezin gedurende het hele etmaal en gedurende zeven dagen per week.
6. De geschiktheid van het pleeggezin is voorafgaand aan de plaatsing van het pleegkind beoordeeld door de voorziening voor pleegzorg, danwel door de instelling voor therapeutische gezinsverpleging.
7. De pleegouder is bereid begeleiding door de voorziening voor pleegzorg, danwel door de instelling voor therapeutische gezinsverpleging te aanvaarden.
2. In een pleeggezin worden niet meer dan drie pleegkinderen opgenomen, tenzij de voorziening voor pleegzorg of de instelling voor therapeutische gezinsverpleging aan Onze minister die het aangaat aannemelijk maakt dat plaatsing in een pleeggezin, waar al drie of meer kinderen zijn geplaatst, verantwoord is.
3. Een pleegouder, dan wel één der pleegouders, heeft ten minste de leeftijd van eenentwintig jaren bereikt. Een pleegouder is niet tevens degene, die door de desbetreffende voorziening voor pleegzorg is belast met de begeleiding van het pleegkind, de pleegouders en de ouders.
4. De pleegouder beschikt voorafgaande aan de plaatsing in het pleeggezin over een verklaring van geen bezwaar afgegeven door de raad voor de kinderbescherming. In uitzonderlijke gevallen beschikt de pleegouder uiterlijk binnen zes weken na de plaatsing over deze verklaring.
5. De opvoeding en verzorging van de jeugdige door het pleeggezin geschiedt gedurende het hele etmaal en gedurende ten minste vijf opeenvolgende dagen per week. In bijzondere gevallen kunnen hierop uitzonderingen worden gemaakt, die gemotiveerd dienen te zijn beschreven in het hulpverleningsplan. Indien het betreft pleegzorg door een voorziening van pleegzorg ten aanzien van jeugdigen waarover een voogdij-instelling de voogdij uitoefent of die door een gezinsvoogdij-instelling daar met machting van de kinderrechter op grond van artikel 261 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboekuit huis heeft geplaatst, geschiedt de opvoeding en verzorging van de jeugdige door het pleeggezin gedurende het hele etmaal en gedurende zeven dagen per week.
6. De geschiktheid van het pleeggezin is voorafgaand aan de plaatsing van het pleegkind beoordeeld door de voorziening voor pleegzorg, danwel door de instelling voor therapeutische gezinsverpleging.
7. De pleegouder is bereid begeleiding door de voorziening voor pleegzorg, danwel door de instelling voor therapeutische gezinsverpleging te aanvaarden.