BWBR0004770
Geldig vanaf 2018-02-21
Artikel 58
Invorderingswet 1990
1. Ieder is gehouden desgevraagd aan de ontvanger:
a. de gegevens en inlichtingen te verstrekken welke voor de invordering te zijnen aanzien van belang kunnen zijn;
b. de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud daarvan - zulks ter keuze van de ontvanger - waarvan de raadpleging van belang kan zijn voor de vaststelling van de feiten welke invloed kunnen uitoefenen op de invordering te zijnen aanzien, voor dit doel beschikbaar te stellen.
2. Ieder die de leeftijd van veertien jaar heeft bereikt, is verplicht op vordering van de ontvanger terstond een identiteitsbewijs als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0006297/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht</a>ter inzage aan te bieden, indien dit van belang kan zijn voor de invordering.
a. de gegevens en inlichtingen te verstrekken welke voor de invordering te zijnen aanzien van belang kunnen zijn;
b. de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud daarvan - zulks ter keuze van de ontvanger - waarvan de raadpleging van belang kan zijn voor de vaststelling van de feiten welke invloed kunnen uitoefenen op de invordering te zijnen aanzien, voor dit doel beschikbaar te stellen.
2. Ieder die de leeftijd van veertien jaar heeft bereikt, is verplicht op vordering van de ontvanger terstond een identiteitsbewijs als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0006297/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht</a>ter inzage aan te bieden, indien dit van belang kan zijn voor de invordering.