BWBR0004770
Geldig vanaf 2018-02-21
Artikel 18
Invorderingswet 1990
1. Op eerste vordering van ambtenaren van de rijksbelastingdienst of van opsporingsambtenaren als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/141" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering</a>is de bestuurder van een motorrijtuig verplicht dat te doen stilstaan teneinde de tenuitvoerlegging van een dwangbevel te doen plaatsvinden. De bestuurder van het motorrijtuig is verplicht de daartoe door de in de eerste volzin bedoelde ambtenaren gegeven aanwijzingen op te volgen.
2. De tenuitvoerlegging van een dwangbevel op de voet van het eerste lid en de daaraan voorafgaande betekening van het hernieuwde bevel tot betaling kunnen, in afwijking van de <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/64" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 64, eerste en tweede lid, eerste volzin</a>, en <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/438b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">438b van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>, geschieden op alle dagen en uren.
3. In afwijking van artikel 14, eerste lid, kan een hernieuwd bevel tot betaling ook worden betekend aan de bestuurder van het motorrijtuig, bedoeld in het eerste lid.
4. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/434" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 434 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>kan machtiging van de belastingdeurwaarder ook plaatsvinden door middel van het beschikbaar stellen van de gegevens van een dwangbevel waarvan de tenuitvoerlegging op de voet van het eerste lid dient plaats te vinden.
5. Ingeval de schuld waarvoor op de voet van het eerste lid beslag is gelegd een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag te boven gaat, wordt voor de toepassing van <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/446" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 446 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>in elk geval aangenomen dat het voor het behoud van de op de voet van het eerste lid in executoriaal beslag genomen zaken redelijkerwijze noodzakelijk is dat deze zaken in gerechtelijke bewaring worden gegeven.
2. De tenuitvoerlegging van een dwangbevel op de voet van het eerste lid en de daaraan voorafgaande betekening van het hernieuwde bevel tot betaling kunnen, in afwijking van de <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/64" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 64, eerste en tweede lid, eerste volzin</a>, en <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/438b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">438b van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>, geschieden op alle dagen en uren.
3. In afwijking van artikel 14, eerste lid, kan een hernieuwd bevel tot betaling ook worden betekend aan de bestuurder van het motorrijtuig, bedoeld in het eerste lid.
4. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/434" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 434 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>kan machtiging van de belastingdeurwaarder ook plaatsvinden door middel van het beschikbaar stellen van de gegevens van een dwangbevel waarvan de tenuitvoerlegging op de voet van het eerste lid dient plaats te vinden.
5. Ingeval de schuld waarvoor op de voet van het eerste lid beslag is gelegd een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag te boven gaat, wordt voor de toepassing van <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/446" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 446 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>in elk geval aangenomen dat het voor het behoud van de op de voet van het eerste lid in executoriaal beslag genomen zaken redelijkerwijze noodzakelijk is dat deze zaken in gerechtelijke bewaring worden gegeven.