BWBR0004575
Geldig vanaf 1989-09-01
Artikel 23
Wet op de waterhuishouding
1. Het in artikel 22, tweede lid, bedoelde gezag kan in het geval, bedoeld in het eerste lid van dat artikel, of indien een samenhangend beleid en beheer met betrekking tot de waterhuishouding zulks vordert, aan de deelnemers aanwijzingen geven omtrent de vaststelling of wijziging en de inhoud van een waterakkoord.
2. Bij een aanwijzing kan een termijn worden gesteld binnen welke het waterakkoord dient te zijn vastgesteld dan wel, indien het een vastgesteld waterakkoord betreft, de wijziging dient te hebben plaatsgevonden.
3. Een aanwijzing wordt niet gegeven dan nadat de deelnemers in de gelegenheid zijn gesteld van hun gevoelen omtrent het voornemen tot het geven van de aanwijzing te doen blijken. Indien Onze Minister het voornemen heeft een aanwijzing te geven, stelt hij, indien de provincie niet tot de deelnemers behoort, ook gedeputeerde staten in de gelegenheid hun gevoelen daaromtrent te laten blijken.
4. De deelnemers stellen het waterakkoord vast of wijzigen het waterakkoord in overeenstemming met de gegeven aanwijzing.
5. Van de beschikking, houdende de aanwijzing, wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
2. Bij een aanwijzing kan een termijn worden gesteld binnen welke het waterakkoord dient te zijn vastgesteld dan wel, indien het een vastgesteld waterakkoord betreft, de wijziging dient te hebben plaatsgevonden.
3. Een aanwijzing wordt niet gegeven dan nadat de deelnemers in de gelegenheid zijn gesteld van hun gevoelen omtrent het voornemen tot het geven van de aanwijzing te doen blijken. Indien Onze Minister het voornemen heeft een aanwijzing te geven, stelt hij, indien de provincie niet tot de deelnemers behoort, ook gedeputeerde staten in de gelegenheid hun gevoelen daaromtrent te laten blijken.
4. De deelnemers stellen het waterakkoord vast of wijzigen het waterakkoord in overeenstemming met de gegeven aanwijzing.
5. Van de beschikking, houdende de aanwijzing, wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.