BWBR0004552
Geldig vanaf 1989-10-01
Artikel 22
Scheepvaartreglement Eemsmonding
1. In het vaarwater is waterskiën en het varen met waterscooters verboden, uitgezonderd op de met verkeersteken C.2 of C.5 van Hoofdstuk I van bijlage 1 aangeduide of door de bevoegde autoriteit vastgestelde wateroppervlakken.
Buiten het vaarwater is waterskiën en het varen met waterscooters toegestaan, uitgezonderd op de door de bevoegde autoriteit vastgestelde wateroppervlakken.
2. Waterskiërs en de hen voorttrekkende boten, alsmede bestuurders van waterscooters dienen voor alle andere schepen uit te wijken. Wanneer er sprake is van tegemoetkomende schepen dienen waterskiërs binnen het kielzog van de hen voorttrekkende boten te blijven.
3. Het varen met een zeilplank is verboden
a. in het vaarwater, uitgezonderd in de door de bevoegde autoriteit vastgestelde vaarwaters;
b. buiten het vaarwater op de door de bevoegde autoriteit vastgestelde wateroppervlakken.
4. Op de vrijgegeven wateroppervlakken mag des nachts, bij beperkt zicht en gedurende de door de bevoegde autoriteit vastgestelde tijden niet worden gewaterskied of met een waterscooter of een zeilplank worden gevaren.
Buiten het vaarwater is waterskiën en het varen met waterscooters toegestaan, uitgezonderd op de door de bevoegde autoriteit vastgestelde wateroppervlakken.
2. Waterskiërs en de hen voorttrekkende boten, alsmede bestuurders van waterscooters dienen voor alle andere schepen uit te wijken. Wanneer er sprake is van tegemoetkomende schepen dienen waterskiërs binnen het kielzog van de hen voorttrekkende boten te blijven.
3. Het varen met een zeilplank is verboden
a. in het vaarwater, uitgezonderd in de door de bevoegde autoriteit vastgestelde vaarwaters;
b. buiten het vaarwater op de door de bevoegde autoriteit vastgestelde wateroppervlakken.
4. Op de vrijgegeven wateroppervlakken mag des nachts, bij beperkt zicht en gedurende de door de bevoegde autoriteit vastgestelde tijden niet worden gewaterskied of met een waterscooter of een zeilplank worden gevaren.