BWBR0004552
Geldig vanaf 1989-10-01
Artikel 14
Scheepvaartreglement Eemsmonding
1. De vaarvoorschriften van dit hoofdstuk zijn van toepassing onafhankelijk van het zicht. In afwijking van de Voorschriften 11 en 19 van de Internationale Bepalingen zijn Voorschrift 13, onderdelen a en c, en Voorschrift 14, onderdelen a en c, van de Internationale Bepalingen in het vaarwater ook dan van toepassing wanneer de schepen elkaar op de radar kunnen waarnemen.
2. Bij het ontmoeten van, voorbijlopen van en voorbijvaren aan schepen en installaties, dient een veilige passeerafstand overeenkomstig Voorschrift 8, onderdeel d, van de Internationale Bepalingen te worden aangehouden.
3. In het vaarwater dienen de boegankers voor onmiddellijk gebruik gereed te zijn. Dit geldt niet voor schepen met een lengte kleiner dan 20 meter.
2. Bij het ontmoeten van, voorbijlopen van en voorbijvaren aan schepen en installaties, dient een veilige passeerafstand overeenkomstig Voorschrift 8, onderdeel d, van de Internationale Bepalingen te worden aangehouden.
3. In het vaarwater dienen de boegankers voor onmiddellijk gebruik gereed te zijn. Dit geldt niet voor schepen met een lengte kleiner dan 20 meter.