BWBR0004545
Geldig vanaf 1989-05-19
Artikel 6
Regeling superheffing SLOM-deelnemers
1. De op grond van deze regeling toegewezen specifieke referentiehoeveelheden kunnen:
a. tot het einde van de achtste heffingsperiode dan wel tot en met 30 juni 1994 indien de aanvraag pas na 1 juli 1991 kon worden ingediend, niet in aanmerking komen voor een regeling op grond waarvan tegen vergoeding afstand kan worden gedaan op aanspraken op deze referentiehoeveelheid en, in afwijking van de artikelen 15 en 16 van de Beschikking superheffing 1993, niet mee overgaan bij overdracht of verpachting van landbouwgrond overeenkomstig artikel 23 van de Beschikking superheffing 1993.
b. indien de aanvraag pas na 1 juli 1991 kon worden ingediend, tot en met 31 maart 1995 niet in aanmerking komen voor het bepaalde in paragraaf 7 van de Beschikking superheffing 1993.
2. Ingeval van overdracht als bedoeld in artikel 18 van de Beschikking superheffing 1988 van het gehele bedrijf of ingeval de producent het gehele bedrijf verpacht overeenkomstig het bepaalde in artikel 19 van de Beschikking superheffing 1988 voor het einde van de achtste heffingsperiode respectievelijk voor 1 juli 1994 dan vervalt, voor zover deze grond onderdeel uitmaakte van de overeenkomst als bedoeld in artikel 6van het bestuursbesluit, de toegewezen specifieke referentiehoeveelheid te rekenen vanaf de datum van overdracht of ingang van de pachtovereenkomst.
3. Ingeval van overdracht als bedoeld in artikel 18 van de Beschikking superheffing 1988 van grond, niet zijnde het gehele bedrijf, of ingeval de producent grond, niet zijnde het gehele bedrijf, verpacht overeenkomstig artikel 19 van de Beschikking superheffing 1988 voor het einde van de achtste heffingsperiode respectievelijk voor 1 juli 1994 vervalt, voor zover deze grond onderdeel uitmaakte van de overeenkomst als bedoeld in artikel 6van het bestuursbesluit een aan de vermindering van de oppervlakte landbouwgrond evenredig gedeelte van de toegewezen specifieke referentiehoeveelheid te rekenen vanaf de datum van overdracht of ingang van de pachtovereenkomst.
4. In geval van overgang van het bedrijf krachtens erfrecht dan wel op soortgelijke wijze gaat de specifieke referentiehoeveelheid op de rechthebbende over op voorwaarde dat hij schriftelijk verklaart de verplichtingen, zoals deze uit de EG-verordeningen en de onderhavige regeling voortvloeien na te zullen komen in een daartoe voorgeschreven verklaring.
De dienst Landelijke service bij regelingen van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij wijzigt op verzoek van de rechthebbende de registratie van de betrokken specifieke referentiehoeveelheid.
a. tot het einde van de achtste heffingsperiode dan wel tot en met 30 juni 1994 indien de aanvraag pas na 1 juli 1991 kon worden ingediend, niet in aanmerking komen voor een regeling op grond waarvan tegen vergoeding afstand kan worden gedaan op aanspraken op deze referentiehoeveelheid en, in afwijking van de artikelen 15 en 16 van de Beschikking superheffing 1993, niet mee overgaan bij overdracht of verpachting van landbouwgrond overeenkomstig artikel 23 van de Beschikking superheffing 1993.
b. indien de aanvraag pas na 1 juli 1991 kon worden ingediend, tot en met 31 maart 1995 niet in aanmerking komen voor het bepaalde in paragraaf 7 van de Beschikking superheffing 1993.
2. Ingeval van overdracht als bedoeld in artikel 18 van de Beschikking superheffing 1988 van het gehele bedrijf of ingeval de producent het gehele bedrijf verpacht overeenkomstig het bepaalde in artikel 19 van de Beschikking superheffing 1988 voor het einde van de achtste heffingsperiode respectievelijk voor 1 juli 1994 dan vervalt, voor zover deze grond onderdeel uitmaakte van de overeenkomst als bedoeld in artikel 6van het bestuursbesluit, de toegewezen specifieke referentiehoeveelheid te rekenen vanaf de datum van overdracht of ingang van de pachtovereenkomst.
3. Ingeval van overdracht als bedoeld in artikel 18 van de Beschikking superheffing 1988 van grond, niet zijnde het gehele bedrijf, of ingeval de producent grond, niet zijnde het gehele bedrijf, verpacht overeenkomstig artikel 19 van de Beschikking superheffing 1988 voor het einde van de achtste heffingsperiode respectievelijk voor 1 juli 1994 vervalt, voor zover deze grond onderdeel uitmaakte van de overeenkomst als bedoeld in artikel 6van het bestuursbesluit een aan de vermindering van de oppervlakte landbouwgrond evenredig gedeelte van de toegewezen specifieke referentiehoeveelheid te rekenen vanaf de datum van overdracht of ingang van de pachtovereenkomst.
4. In geval van overgang van het bedrijf krachtens erfrecht dan wel op soortgelijke wijze gaat de specifieke referentiehoeveelheid op de rechthebbende over op voorwaarde dat hij schriftelijk verklaart de verplichtingen, zoals deze uit de EG-verordeningen en de onderhavige regeling voortvloeien na te zullen komen in een daartoe voorgeschreven verklaring.
De dienst Landelijke service bij regelingen van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij wijzigt op verzoek van de rechthebbende de registratie van de betrokken specifieke referentiehoeveelheid.