BWBR0004490
Geldig vanaf 1983-01-01
Artikel 4
Kortingsbesluit WIV
Indien een ouderdomspensioen krachtens de Algemene Ouderdomswetwordt genoten, wordt voor de verrekening van dat inkomensbestanddeel met het buitengewoon pensioen in aanmerking genomen:
a. indien de gepensioneerde gehuwd is en de echtgenoot eveneens recht heeft op een ouderdomspensioen krachtens de Algemene Ouderdomswet, het bruto-ouderdomspensioen krachtens die wet, van de gepensioneerde en zijn echtgenoot;
b. indien de gepensioneerde gehuwd is en niet behoort tot de categorie, bedoeld onder a, het bruto-ouderdomspensioen krachtens de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met de toeslag, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van die wet;
c. indien de gepensioneerde gehuwd is en de echtgenoot eveneens een gepensioneerde is, in afwijking van het onder a en b bepaalde, het bruto-ouderdomspensioen krachtens de Algemene Ouderdomswet, voor zover dat niet meer bedraagt dan tweemaal het bedrag van het bruto-ouderdomspensioen van de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b, van die wet;
d. indien de gepensioneerde ongehuwd is en een kind heeft, jonger dan 18 jaar, dat niet als eigen kind, aangehuwd kind of pleegkind tot het huishouden van een ander behoort en voor wie hij op grond van de Algemene Kinderbijslagwet kinderbijslag ontvangt of zou ontvangen, het bruto-ouderdomspensioen krachtens de Algemene Ouderdomswet;
e. indien de gepensioneerde ongehuwd is en niet behoort tot de categorie, bedoeld onder d, het bruto-ouderdomspensioen krachtens de Algemene Ouderdomswet.
a. indien de gepensioneerde gehuwd is en de echtgenoot eveneens recht heeft op een ouderdomspensioen krachtens de Algemene Ouderdomswet, het bruto-ouderdomspensioen krachtens die wet, van de gepensioneerde en zijn echtgenoot;
b. indien de gepensioneerde gehuwd is en niet behoort tot de categorie, bedoeld onder a, het bruto-ouderdomspensioen krachtens de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met de toeslag, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van die wet;
c. indien de gepensioneerde gehuwd is en de echtgenoot eveneens een gepensioneerde is, in afwijking van het onder a en b bepaalde, het bruto-ouderdomspensioen krachtens de Algemene Ouderdomswet, voor zover dat niet meer bedraagt dan tweemaal het bedrag van het bruto-ouderdomspensioen van de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b, van die wet;
d. indien de gepensioneerde ongehuwd is en een kind heeft, jonger dan 18 jaar, dat niet als eigen kind, aangehuwd kind of pleegkind tot het huishouden van een ander behoort en voor wie hij op grond van de Algemene Kinderbijslagwet kinderbijslag ontvangt of zou ontvangen, het bruto-ouderdomspensioen krachtens de Algemene Ouderdomswet;
e. indien de gepensioneerde ongehuwd is en niet behoort tot de categorie, bedoeld onder d, het bruto-ouderdomspensioen krachtens de Algemene Ouderdomswet.