BWBR0004490
Geldig vanaf 1983-01-01
Artikel 2
Kortingsbesluit WIV
1. Als het bedrag van de te verrekenen inkomsten, bedoeld in de artikelen 16en 23 van de wet, wordt, behoudens het bepaalde in of krachtens artikel 16, tweede lid, onder b, derde en vierde lid, van de weten in de volgende artikelen van dit besluit, aangemerkt het totaal van de door de gepensioneerde verworven inkomensbestanddelen, verminderd met het buitengewoon pensioen ingevolge de wet.
2. Indien inkomen uit arbeid in beroep of bedrijf wordt genoten, wordt voor de verrekening van dat inkomensbestanddeel met het buitengewoon pensioen in aanmerking genomen:
a. het loon in de zin van artikel 16 van de Wet financiering sociale verzekeringen, alsmede
b. de belastbare winst uit onderneming in de zin van de Wet IB 2001.
3. Indien inkomen wordt verkregen uit hoofde van de sociale zekerheidswetgeving, kinderbijslag ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet( Stb.1990, 128) daaronder niet begrepen, wordt voor de verrekening van dat inkomensbestanddeel met het buitengewoon pensioen in aanmerking genomen de uitkering met inbegrip van de daarover door de gepensioneerde verschuldigde premies, welke uit hoofde van de sociale zekerheidswetgeving worden geheven, dan wel de daarmede overeenkomende bijdrage, als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onder f, ten tweede, van de Wet op de loonbelasting 1964( Stb.1990, 104).
4. Indien inkomen in verband met arbeid in beroep of bedrijf wordt genoten, wordt voor de verrekening van dat inkomensbestanddeel met het buitengewoon pensioen het totale bedrag in aanmerking genomen of, voor zover het pensioenen of wachtgelden betreft, welke krachtens een van overheidswege vastgesteld voorschrift in verband met het genot van inkomsten aan vermindering onderworpen zijn, het uit dien hoofde verminderde bedrag.
2. Indien inkomen uit arbeid in beroep of bedrijf wordt genoten, wordt voor de verrekening van dat inkomensbestanddeel met het buitengewoon pensioen in aanmerking genomen:
a. het loon in de zin van artikel 16 van de Wet financiering sociale verzekeringen, alsmede
b. de belastbare winst uit onderneming in de zin van de Wet IB 2001.
3. Indien inkomen wordt verkregen uit hoofde van de sociale zekerheidswetgeving, kinderbijslag ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet( Stb.1990, 128) daaronder niet begrepen, wordt voor de verrekening van dat inkomensbestanddeel met het buitengewoon pensioen in aanmerking genomen de uitkering met inbegrip van de daarover door de gepensioneerde verschuldigde premies, welke uit hoofde van de sociale zekerheidswetgeving worden geheven, dan wel de daarmede overeenkomende bijdrage, als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onder f, ten tweede, van de Wet op de loonbelasting 1964( Stb.1990, 104).
4. Indien inkomen in verband met arbeid in beroep of bedrijf wordt genoten, wordt voor de verrekening van dat inkomensbestanddeel met het buitengewoon pensioen het totale bedrag in aanmerking genomen of, voor zover het pensioenen of wachtgelden betreft, welke krachtens een van overheidswege vastgesteld voorschrift in verband met het genot van inkomsten aan vermindering onderworpen zijn, het uit dien hoofde verminderde bedrag.