Artikel 1
1. In dit besluit wordt verstaan onder:
a. de wet: de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet (Stb. 1986, 360);
b. de Sociale verzekeringsbank: de Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
c. de gepensioneerde: degene, aan wie krachtens de wet een buitengewoon pensioen is toegekend.
2. Voor de toepassing van dit besluit worden mede als gehuwd of als echtgenoot aangemerkt degenen die als zodanig worden aangemerkt ingevolge het bepaalde bij of krachtens artikel 1, derde tot en met vijfde lid, van de Algemene Ouderdomswet( Stb.1990, 129).
a. de wet: de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet (Stb. 1986, 360);
b. de Sociale verzekeringsbank: de Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
c. de gepensioneerde: degene, aan wie krachtens de wet een buitengewoon pensioen is toegekend.
2. Voor de toepassing van dit besluit worden mede als gehuwd of als echtgenoot aangemerkt degenen die als zodanig worden aangemerkt ingevolge het bepaalde bij of krachtens artikel 1, derde tot en met vijfde lid, van de Algemene Ouderdomswet( Stb.1990, 129).