BWBR0004471
Geldig vanaf 2007-09-01
Artikel 63
Monumentenwet 1988
1. Onze minister draagt zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens deze wet.
2. Het bestuursorgaan dat met betrekking tot een monument bevoegd is een omgevingsvergunning als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0024779" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</a>te verlenen, draagt zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving van artikel 11, eerste lid, voor zover het een ander monument dan een archeologisch monument betreft.
3. Met betrekking tot de handhaving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn de <a href="/wet/BWBR0024779/artikel/5.7" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 5.7</a>, <a href="/wet/BWBR0024779/artikel/5.8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5.8</a>, <a href="/wet/BWBR0024779/artikel/5.10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5.10 tot en met 5.16</a>en <a href="/wet/BWBR0024779/artikel/5.18" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5.18 tot en met 5.23 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</a>van toepassing. Voorts zijn met betrekking tot de uitvoering en de handhaving van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk II, paragraaf 2, van deze wet de <a href="/wet/BWBR0024779/artikel/5.3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 5.3 tot en met 5.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</a>van toepassing.
2. Het bestuursorgaan dat met betrekking tot een monument bevoegd is een omgevingsvergunning als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0024779" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</a>te verlenen, draagt zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving van artikel 11, eerste lid, voor zover het een ander monument dan een archeologisch monument betreft.
3. Met betrekking tot de handhaving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn de <a href="/wet/BWBR0024779/artikel/5.7" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 5.7</a>, <a href="/wet/BWBR0024779/artikel/5.8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5.8</a>, <a href="/wet/BWBR0024779/artikel/5.10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5.10 tot en met 5.16</a>en <a href="/wet/BWBR0024779/artikel/5.18" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5.18 tot en met 5.23 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</a>van toepassing. Voorts zijn met betrekking tot de uitvoering en de handhaving van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk II, paragraaf 2, van deze wet de <a href="/wet/BWBR0024779/artikel/5.3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 5.3 tot en met 5.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</a>van toepassing.