BWBR0004471
Geldig vanaf 2007-09-01
Artikel 55
Monumentenwet 1988
1. Onze minister houdt een Centraal archeologisch informatiesysteem in stand waarin in ieder geval worden opgenomen en openbaar gemaakt:
a. de registers, bedoeld in de artikelen 6 en 7, voor zover die archeologische monumenten betreffen;
b. de beslissingen op de aanvragen om vergunning, bedoeld in artikel 11, tweede lid;
c. de besluiten, bedoeld in artikel 44, eerste lid;
d. het rapport, bedoeld in artikel 46, vierde lid; en
e. de meldingen, bedoeld in de artikelen 46, eerste en tweede lid, 53, eerste lid, en 54.
2. Het auteursrecht op de rapporten, bedoeld in artikel 46, vierde lid, en de daarin opgenomen werken is voorbehouden.
3. Het auteursrecht en het databankenrecht, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0010591" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2, eerste lid, van de Databankenwet</a>, op het Centraal archeologisch informatiesysteem zijn voorbehouden.
4. Voor de verstrekking van informatie uit het Centraal archeologisch informatiesysteem kunnen kosten in rekening worden gebracht, volgens door Onze minister vast te stellen tarieven.
a. de registers, bedoeld in de artikelen 6 en 7, voor zover die archeologische monumenten betreffen;
b. de beslissingen op de aanvragen om vergunning, bedoeld in artikel 11, tweede lid;
c. de besluiten, bedoeld in artikel 44, eerste lid;
d. het rapport, bedoeld in artikel 46, vierde lid; en
e. de meldingen, bedoeld in de artikelen 46, eerste en tweede lid, 53, eerste lid, en 54.
2. Het auteursrecht op de rapporten, bedoeld in artikel 46, vierde lid, en de daarin opgenomen werken is voorbehouden.
3. Het auteursrecht en het databankenrecht, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0010591" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2, eerste lid, van de Databankenwet</a>, op het Centraal archeologisch informatiesysteem zijn voorbehouden.
4. Voor de verstrekking van informatie uit het Centraal archeologisch informatiesysteem kunnen kosten in rekening worden gebracht, volgens door Onze minister vast te stellen tarieven.