BWBR0004417
Geldig vanaf 1997-08-20
Artikel 20d
Besluit inrichting en gebruik niet aangewezen luchtvaartterreinen
1. In het circuitgebied is de som van de lengte van het startbeen en de lengte van het daaropvolgende dwarswindbeen tenminste 1500 meter, waarbij de lengte van het startbeen niet korter dan 800 meter is en die van het daaropvolgende dwarswindbeen niet korter dan 500 meter.
2. Een circuitgebied is niet gelegen:
a. binnen de plaatselijke luchtverkeersleidingsgebieden Schiphol, Rotterdam, Eelde en Maastricht, tenzij daarvoor vergunning is gegeven door de instantie die verantwoordelijk is voor de luchtverkeersbeveiliging;
b. binnen de plaatselijke luchtverkeersleidingsgebieden De Kooy en Valkenburg, tenzij daarvoor vergunning is gegeven door de Bevelhebber der Zeestrijdkrachten;
c. binnen de plaatselijke luchtverkeersleidingsgebieden Deelen, Eindhoven, Gilzsse-Rijen, Leeuwarden, De Peel, Soesterberg, Twenthe, Volkel en Woensdrecht, tenzij daarvoor vergunning is gegeven door de Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten;
d. binnen een afstand van vier kilometer van het luchtvaartterrein-referentiepunt van een luchtvaartterrein waar geen plaatselijke verkeersleidingsdienst is, tenzij van dat luchtvaartterrein wordt opgestegen of daarop wordt geland met ulv's en de ulv-baan op dit luchtvaartterrein is gelegen;
e. binnen een afstand van drie kilometer van een helihaven, tenzij daarvoor vergunning is gegeven door Onze Minister en het gebruik tevoren is gecoördineerd met de beheerder van de helihaven;
f. binnen een afstand van drie kilometer van een zweefvliegterrein, tenzij daarvoor vergunning is gegeven door Onze Minister, gehoord de beheerder van het zweefvliegterrein;
g. binnen een afstand van vijf kilometer van een militaire laagvliegroute, tenzij daarvoor vergunning is gegeven door de daartoe bevoegde autoriteit;
h. binnen een burger- of militair laagvlieggebied zoals aangegeven in de luchtvaartgids, tenzij daarvoor vergunning is gegeven door de daartoe bevoegde autoriteit;
i. in een der vogelconcentratiegebieden zoals aangegeven in de luchtvaartgids.
2. Een circuitgebied is niet gelegen:
a. binnen de plaatselijke luchtverkeersleidingsgebieden Schiphol, Rotterdam, Eelde en Maastricht, tenzij daarvoor vergunning is gegeven door de instantie die verantwoordelijk is voor de luchtverkeersbeveiliging;
b. binnen de plaatselijke luchtverkeersleidingsgebieden De Kooy en Valkenburg, tenzij daarvoor vergunning is gegeven door de Bevelhebber der Zeestrijdkrachten;
c. binnen de plaatselijke luchtverkeersleidingsgebieden Deelen, Eindhoven, Gilzsse-Rijen, Leeuwarden, De Peel, Soesterberg, Twenthe, Volkel en Woensdrecht, tenzij daarvoor vergunning is gegeven door de Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten;
d. binnen een afstand van vier kilometer van het luchtvaartterrein-referentiepunt van een luchtvaartterrein waar geen plaatselijke verkeersleidingsdienst is, tenzij van dat luchtvaartterrein wordt opgestegen of daarop wordt geland met ulv's en de ulv-baan op dit luchtvaartterrein is gelegen;
e. binnen een afstand van drie kilometer van een helihaven, tenzij daarvoor vergunning is gegeven door Onze Minister en het gebruik tevoren is gecoördineerd met de beheerder van de helihaven;
f. binnen een afstand van drie kilometer van een zweefvliegterrein, tenzij daarvoor vergunning is gegeven door Onze Minister, gehoord de beheerder van het zweefvliegterrein;
g. binnen een afstand van vijf kilometer van een militaire laagvliegroute, tenzij daarvoor vergunning is gegeven door de daartoe bevoegde autoriteit;
h. binnen een burger- of militair laagvlieggebied zoals aangegeven in de luchtvaartgids, tenzij daarvoor vergunning is gegeven door de daartoe bevoegde autoriteit;
i. in een der vogelconcentratiegebieden zoals aangegeven in de luchtvaartgids.