BWBR0004417
Geldig vanaf 1997-08-20
Artikel 20c
Besluit inrichting en gebruik niet aangewezen luchtvaartterreinen
Het ulv-terrein voldoet in ieder geval aan de volgende voorschriften:
a. voor het landen en opstijgen is een baan beschikbaar met een lengte van tenminste 200 meter en een breedte van tenminste 30 meter;
b. de baan ligt in een hindernisvrije strook van tenminste 300 bij 30 meter, waarbij de korte zijde van de baan op een afstand van 50 meter van het begin van de strook is gesitueerd, terwijl de breedte van het terrein zodanig is, dat buiten de hindernisvrije strook met ulv's kan worden getaxied en dat deze kunnen worden geparkeerd, gemonteerd en gedemonteerd;
c. de gewaslengte op de baan is ten hoogste 15 centimeter;
d. in de in- en uitvliegsectoren van het ulv-terrein steken geen hindernissen door een denkbeeldig vlak, dat met de korte zijde van de hindernisvrije strook als basis oploopt met een helling van 1 : 20 (hoogte : afstand) en een divergentie van 10% tot op een afstand van 600 meter;
e. ter weerszijden van het ulv-terrein steken geen hindernissen door een denkbeeldig vlak dat met de lange zijden van de hindernisvrije strook als basis oploopt met een helling van 1 : 5 (hoogte : afstand) tot een afstand van 150 meter;
f. de vlakken gelegen ter weerszijden van de in- en uitvliegsectoren genoemd onder d, sluiten aan op de overeenkomstige hoogten van deze in- en uitvliegsectoren en de vlakken genoemd onder e;
g. de markering van de baan en de uitvoering en de plaatsing van de seinen ter aanduiding van de landingsrichting en van de ligging van het circuitgebied alsmede de windzak zijn geplaatst overeenkomstig het bij of krachtens artikel 123 van de Regeling Toezicht Luchtvaart bepaalde.
a. voor het landen en opstijgen is een baan beschikbaar met een lengte van tenminste 200 meter en een breedte van tenminste 30 meter;
b. de baan ligt in een hindernisvrije strook van tenminste 300 bij 30 meter, waarbij de korte zijde van de baan op een afstand van 50 meter van het begin van de strook is gesitueerd, terwijl de breedte van het terrein zodanig is, dat buiten de hindernisvrije strook met ulv's kan worden getaxied en dat deze kunnen worden geparkeerd, gemonteerd en gedemonteerd;
c. de gewaslengte op de baan is ten hoogste 15 centimeter;
d. in de in- en uitvliegsectoren van het ulv-terrein steken geen hindernissen door een denkbeeldig vlak, dat met de korte zijde van de hindernisvrije strook als basis oploopt met een helling van 1 : 20 (hoogte : afstand) en een divergentie van 10% tot op een afstand van 600 meter;
e. ter weerszijden van het ulv-terrein steken geen hindernissen door een denkbeeldig vlak dat met de lange zijden van de hindernisvrije strook als basis oploopt met een helling van 1 : 5 (hoogte : afstand) tot een afstand van 150 meter;
f. de vlakken gelegen ter weerszijden van de in- en uitvliegsectoren genoemd onder d, sluiten aan op de overeenkomstige hoogten van deze in- en uitvliegsectoren en de vlakken genoemd onder e;
g. de markering van de baan en de uitvoering en de plaatsing van de seinen ter aanduiding van de landingsrichting en van de ligging van het circuitgebied alsmede de windzak zijn geplaatst overeenkomstig het bij of krachtens artikel 123 van de Regeling Toezicht Luchtvaart bepaalde.