BWBR0004397
Geldig vanaf 1988-10-01
Artikel 9
Nadere regeling inrichting opleidingen architect, stedebouwkundige en interieurarchitect
Aan het bepaalde in artikel 8wordt in elk geval voldaan door degene die in het bezit is van een getuigschrift van met goed gevolg afgelegd examen, verbonden aan de studierichting architectonische vormgeving, afstudeerrichting interieurvormgeving, verkregen aan een van de volgende instellingen:
1. de Dr. Gerrit Th. Rietveld Academie te Amsterdam;
2. de Hogeschool voor de Kunsten te Arnhem;
3. de Hogeschool West-Brabant te Breda;
4. het Instituut voor Hoger Beeldend Kunstonderwijs Oost-Nederland te Enschede;
5. de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten te 's-Gravenhage;
6. de Rijkshogeschool Groningen te Groningen;
7. de Rijkshogeschool Maastricht te Maastricht;
8. de Hogeschool voor de Kunsten te Utrecht;
9. de Hogeschool voor Rotterdam en Omstreken te Rotterdam;
10. de Christelijke Hogeschool voor de Kunsten ‘Constantijn Huygens’ te Zwolle, dan wel aan een van de instellingen waaruit de onder 1 tot en met 10 genoemde instellingen ontstaan zijn.
1. de Dr. Gerrit Th. Rietveld Academie te Amsterdam;
2. de Hogeschool voor de Kunsten te Arnhem;
3. de Hogeschool West-Brabant te Breda;
4. het Instituut voor Hoger Beeldend Kunstonderwijs Oost-Nederland te Enschede;
5. de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten te 's-Gravenhage;
6. de Rijkshogeschool Groningen te Groningen;
7. de Rijkshogeschool Maastricht te Maastricht;
8. de Hogeschool voor de Kunsten te Utrecht;
9. de Hogeschool voor Rotterdam en Omstreken te Rotterdam;
10. de Christelijke Hogeschool voor de Kunsten ‘Constantijn Huygens’ te Zwolle, dan wel aan een van de instellingen waaruit de onder 1 tot en met 10 genoemde instellingen ontstaan zijn.