BWBR0004391
Geldig vanaf 1988-09-01
Artikel 2
Besluit adspirant-registerloodsen
1. De adspirant-registerloods, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Loodsenwet:
a. is gedurende de periode dat de leerovereenkomst, bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel b, van de Loodsenwet, van kracht is, in het bezit van een geldige geneeskundige verklaring van geschiktheid voor de zeevaart als bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de Wet zeevarenden;
b. vervallen;
c. beschikt bij het aangaan van de leerovereenkomst ten minste over: 1°. een geldig vaarbevoegdheidsbewijs, afgegeven ingevolge artikel 20, 22 of 22a van de Wet zeevarenden, als: – kapitein alle schepen, – eerste maritiem officier, of – eerste stuurman alle schepen; of
2°. – het bewijs van vaardigheid dat de nautische opleiding voor officier bij de Koninklijke marine met goed gevolg is afgelegd, – het bewijs dat zeewachtstandaard B is toegekend, – het bewijs dat de opleiding tot commandocentrale-officier met goed gevolg is afgelegd, en – het algemeen certificaat voor de maritieme radiocommunicatie.
1°. een geldig vaarbevoegdheidsbewijs, afgegeven ingevolge artikel 20, 22 of 22a van de Wet zeevarenden, als: – kapitein alle schepen, – eerste maritiem officier, of – eerste stuurman alle schepen; of
2°. – het bewijs van vaardigheid dat de nautische opleiding voor officier bij de Koninklijke marine met goed gevolg is afgelegd, – het bewijs dat zeewachtstandaard B is toegekend, – het bewijs dat de opleiding tot commandocentrale-officier met goed gevolg is afgelegd, en – het algemeen certificaat voor de maritieme radiocommunicatie.
2. Onze Minister kan ontheffing verlenen van de eisen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, indien de belanghebbende anderszins heeft bewezen te beschikken over de in dat onderdeel vereiste kennis en ervaring, alsmede over goede kennis van de Nederlandse taal.
a. is gedurende de periode dat de leerovereenkomst, bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel b, van de Loodsenwet, van kracht is, in het bezit van een geldige geneeskundige verklaring van geschiktheid voor de zeevaart als bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de Wet zeevarenden;
b. vervallen;
c. beschikt bij het aangaan van de leerovereenkomst ten minste over: 1°. een geldig vaarbevoegdheidsbewijs, afgegeven ingevolge artikel 20, 22 of 22a van de Wet zeevarenden, als: – kapitein alle schepen, – eerste maritiem officier, of – eerste stuurman alle schepen; of
2°. – het bewijs van vaardigheid dat de nautische opleiding voor officier bij de Koninklijke marine met goed gevolg is afgelegd, – het bewijs dat zeewachtstandaard B is toegekend, – het bewijs dat de opleiding tot commandocentrale-officier met goed gevolg is afgelegd, en – het algemeen certificaat voor de maritieme radiocommunicatie.
1°. een geldig vaarbevoegdheidsbewijs, afgegeven ingevolge artikel 20, 22 of 22a van de Wet zeevarenden, als: – kapitein alle schepen, – eerste maritiem officier, of – eerste stuurman alle schepen; of
2°. – het bewijs van vaardigheid dat de nautische opleiding voor officier bij de Koninklijke marine met goed gevolg is afgelegd, – het bewijs dat zeewachtstandaard B is toegekend, – het bewijs dat de opleiding tot commandocentrale-officier met goed gevolg is afgelegd, en – het algemeen certificaat voor de maritieme radiocommunicatie.
2. Onze Minister kan ontheffing verlenen van de eisen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, indien de belanghebbende anderszins heeft bewezen te beschikken over de in dat onderdeel vereiste kennis en ervaring, alsmede over goede kennis van de Nederlandse taal.