BWBR0004365
Geldig vanaf 2022-01-01
Artikel 45k
Loodsenwet
1. Indien krachtens artikel 45fof <a href="/wet/BWBR0033043/artikel/12m" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 12m van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt</a>een bestuurlijke boete of een last onder dwangsom wordt opgelegd aan de corporatie is deze bevoegd de verbeurde boete of dwangsom te voldoen ten laste van het geïnde loodsgeld.
2. Indien een bestuurlijke boete of een last onder dwangsom wordt opgelegd aan een regionale loodsencorporatie of een samenwerkingsverband van registerloodsen, opgericht ter uitvoering van artikel 15, eerste lid, onder b, zijn deze natuurlijke en rechtspersonen bevoegd de verbeurde boete of dwangsom te voldoen ten laste van het gedeelte van het geïnde loodsgeld waarop de desbetreffende regionale loodsencorporatie, onderscheidenlijk het desbetreffende samenwerkingsverband, recht heeft ingevolgde de bij en krachtens artikel 26en de krachtens de <a href="/wet/BWBR0004364/artikel/15a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 15a, tweede lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0004364/artikel/15b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">15b, derde lid, van de Scheepvaartverkeerswet</a>gestelde regels en voorschriften.
3. Een voldoening als bedoeld in het eerste en tweede lid heeft voorrang boven de bij en krachtens artikel 26en de krachtens de <a href="/wet/BWBR0004364/artikel/15a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 15a, tweede lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0004364/artikel/15b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">15b, derde lid, van de Scheepvaartverkeerswet</a>gestelde regels en voorschriften.
2. Indien een bestuurlijke boete of een last onder dwangsom wordt opgelegd aan een regionale loodsencorporatie of een samenwerkingsverband van registerloodsen, opgericht ter uitvoering van artikel 15, eerste lid, onder b, zijn deze natuurlijke en rechtspersonen bevoegd de verbeurde boete of dwangsom te voldoen ten laste van het gedeelte van het geïnde loodsgeld waarop de desbetreffende regionale loodsencorporatie, onderscheidenlijk het desbetreffende samenwerkingsverband, recht heeft ingevolgde de bij en krachtens artikel 26en de krachtens de <a href="/wet/BWBR0004364/artikel/15a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 15a, tweede lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0004364/artikel/15b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">15b, derde lid, van de Scheepvaartverkeerswet</a>gestelde regels en voorschriften.
3. Een voldoening als bedoeld in het eerste en tweede lid heeft voorrang boven de bij en krachtens artikel 26en de krachtens de <a href="/wet/BWBR0004364/artikel/15a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 15a, tweede lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0004364/artikel/15b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">15b, derde lid, van de Scheepvaartverkeerswet</a>gestelde regels en voorschriften.