BWBR0004365
Geldig vanaf 2022-01-01
Artikel 30
Loodsenwet
1. De <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 46c, onderdelen b en c</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46ca" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46ca, eerste lid, onderdeel d</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46d" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46d, tweede lid</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46f" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46f</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46g" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46g</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46i" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46i, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, en tweede lid</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46l" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46l, eerste lid, aanhef en onderdeel a</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46m" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46m</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46o" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46o</a>en <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46p" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46p, eerste tot en met vijfde lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren</a>zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de voorzitter, de leden en hun plaatsvervangers.
2. De <a href="/wet/BWBR0001830/artikel/13a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 13a</a>, <a href="/wet/BWBR0001830/artikel/13b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">13b, met uitzondering van het eerste lid, onderdelen b en c, en vierde lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0001830/artikel/13c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">13c tot en met 13g van de Wet op de rechterlijke organisatie</a>zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van gedragingen van de voorzitter, de leden en hun plaatsvervangers, met dien verstande dat:
a. voor de overeenkomstige toepassing van die artikelen onder «het betrokken gerechtsbestuur» wordt verstaan: de voorzitter van het tuchtcollege; en
b. de procureur-generaal niet verplicht is aan het verzoek, bedoeld in artikel 13a, te voldoen, indien de verzoeker redelijkerwijs onvoldoende belang heeft bij een onderzoek als bedoeld in datzelfde artikel.
2. De <a href="/wet/BWBR0001830/artikel/13a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 13a</a>, <a href="/wet/BWBR0001830/artikel/13b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">13b, met uitzondering van het eerste lid, onderdelen b en c, en vierde lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0001830/artikel/13c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">13c tot en met 13g van de Wet op de rechterlijke organisatie</a>zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van gedragingen van de voorzitter, de leden en hun plaatsvervangers, met dien verstande dat:
a. voor de overeenkomstige toepassing van die artikelen onder «het betrokken gerechtsbestuur» wordt verstaan: de voorzitter van het tuchtcollege; en
b. de procureur-generaal niet verplicht is aan het verzoek, bedoeld in artikel 13a, te voldoen, indien de verzoeker redelijkerwijs onvoldoende belang heeft bij een onderzoek als bedoeld in datzelfde artikel.