BWBR0004300
Geldig vanaf 1987-12-01
Artikel 2
Besluit reserve-overdracht N.S.-personeel
1. De wiskundige reserve heeft uitsluitend betrekking op uitzicht op ouderdomspensioen, weduwenpensioen en bijzonder weduwenpensioen. Onder weduwenpensioen wordt niet begrepen weduwnaarspensioen als bedoeld in artikel G 3 van de wet.
2. Voor de toepassing van het bij of krachtens dit besluit bepaalde wordt, tenzij uit de desbetreffende bepalingen het tegendeel blijkt, verstaan onder:
a. ouderdomspensioen: het ouderdomspensioen waarop krachtens artikel E 2 van de wet uitzicht bestaat voor een gewezen deelgenoot, berekend met toepassing van artikel F 6 en vervolgens verminderd met het inbouwbedrag overeenkomstig hoofdstuk J, paragraaf 2, van de wet, onderscheidenlijk berekend met toepassing van artikel F 6a en eventueel de artikelen F 6b en F 6c van de wet; het aldus berekende ouderdomspensioen voor de gehuwde mannelijke gewezen deelgenoot wordt vervolgens verhoogd met twee percent van het verschil tussen het algemeen pensioen bedoeld in artikel J 4 van de wet voor gehuwden en dat voor ongehuwden voor ieder jaar diensttijd voor 1 januari 1986 en met een en vijfenzeventig honderdste percent van het verschil tussen de franchises bedoeld in artikel F 6a, derde lid, onder a en b, van de wet voor ieder jaar diensttijd na 31 december 1985; het overeenkomstig de eerste volzin berekende ouderdomspensioen voor de gehuwde vrouwelijke gewezen deelgenoot wordt verhoogd met een en vijfenzeventig honderdste percent van het verschil tussen de franchises bedoeld in artikel F 6a, derde lid, onder a en b, van de wet voor ieder jaar diensttijd na 31 december 1985;
b. gehuwdenaftrek: het onder a omschreven verschil tussen ouderdomspensioen voor gehuwden en dat voor ongehuwden;
c. weduwenpensioen: het weduwenpensioen bedoeld in artikel H 2, eventueel verminderd met het inbouwbedrag overeenkomstig hoofdstuk J, paragraaf 2, van de wet; in alle gevallen wordt aangenomen dat aanspraak bestaat op het weduwenpensioen bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Algemene Weduwen- en Wezenwet (Stb. 1965, 429); bij de berekening van het weduwenpensioen vinden de artikelen H 5, derde lid, en H 9a van de wet geen toepassing;
d. bijzonder weduwenpensioen: het bijzonder weduwenpensioen bedoeld in artikel H 5 van de wet, berekend overeenkomstig het weduwenpensioen.
3. Voor de toepassing van dit artikel wordt uitgegaan van de bedragen die gelden op de datum waarop het verzoek tot overname of overdracht van de wiskundige reserve door het fonds is ontvangen. Wanneer het verzoek is ontvangen voor de datum waarop betrokkene deelgenoot is geworden, dan wel waarop zijn deelgenootschap is geëindigd, treedt die datum in de plaats van de datum bedoeld in de eerste volzin.
2. Voor de toepassing van het bij of krachtens dit besluit bepaalde wordt, tenzij uit de desbetreffende bepalingen het tegendeel blijkt, verstaan onder:
a. ouderdomspensioen: het ouderdomspensioen waarop krachtens artikel E 2 van de wet uitzicht bestaat voor een gewezen deelgenoot, berekend met toepassing van artikel F 6 en vervolgens verminderd met het inbouwbedrag overeenkomstig hoofdstuk J, paragraaf 2, van de wet, onderscheidenlijk berekend met toepassing van artikel F 6a en eventueel de artikelen F 6b en F 6c van de wet; het aldus berekende ouderdomspensioen voor de gehuwde mannelijke gewezen deelgenoot wordt vervolgens verhoogd met twee percent van het verschil tussen het algemeen pensioen bedoeld in artikel J 4 van de wet voor gehuwden en dat voor ongehuwden voor ieder jaar diensttijd voor 1 januari 1986 en met een en vijfenzeventig honderdste percent van het verschil tussen de franchises bedoeld in artikel F 6a, derde lid, onder a en b, van de wet voor ieder jaar diensttijd na 31 december 1985; het overeenkomstig de eerste volzin berekende ouderdomspensioen voor de gehuwde vrouwelijke gewezen deelgenoot wordt verhoogd met een en vijfenzeventig honderdste percent van het verschil tussen de franchises bedoeld in artikel F 6a, derde lid, onder a en b, van de wet voor ieder jaar diensttijd na 31 december 1985;
b. gehuwdenaftrek: het onder a omschreven verschil tussen ouderdomspensioen voor gehuwden en dat voor ongehuwden;
c. weduwenpensioen: het weduwenpensioen bedoeld in artikel H 2, eventueel verminderd met het inbouwbedrag overeenkomstig hoofdstuk J, paragraaf 2, van de wet; in alle gevallen wordt aangenomen dat aanspraak bestaat op het weduwenpensioen bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Algemene Weduwen- en Wezenwet (Stb. 1965, 429); bij de berekening van het weduwenpensioen vinden de artikelen H 5, derde lid, en H 9a van de wet geen toepassing;
d. bijzonder weduwenpensioen: het bijzonder weduwenpensioen bedoeld in artikel H 5 van de wet, berekend overeenkomstig het weduwenpensioen.
3. Voor de toepassing van dit artikel wordt uitgegaan van de bedragen die gelden op de datum waarop het verzoek tot overname of overdracht van de wiskundige reserve door het fonds is ontvangen. Wanneer het verzoek is ontvangen voor de datum waarop betrokkene deelgenoot is geworden, dan wel waarop zijn deelgenootschap is geëindigd, treedt die datum in de plaats van de datum bedoeld in de eerste volzin.