BWBR0004300
Geldig vanaf 1987-12-01
Artikel 10
Besluit reserve-overdracht N.S.-personeel
1. De wiskundige reserve van het weduwenpensioen, niet zijnde een bijzonder weduwenpensioen, bedraagt voor een x-jarige mannelijke gewezen deelgenoot die gehuwd is:
waarin
WP = het bedrag van het weduwenpensioen waarop recht zou bestaan, indien de gewezen deelgenoot zou zijn overleden op de datum bedoeld in artikel 4, tweede of derde lid;
= de contante-waardefactor per een gulden weduwenpensioen op het leven van een y-jarige vrouw na het overlijden van haar x-jarige echtgenoot; TWP het bedrag van de toeslag ingevolge artikel H 9 avan de wet; bij de berekening van deze toeslag wordt eventueel rekening gehouden met artikel H 5, derde lid, van de wet;
= de contante-waardefactor per een gulden toeslag op het weduwenpensioen tot het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet.
2. Indien recht zou bestaan op zowel weduwenpensioen als bijzonder weduwenpensioen, wordt de wiskundige reserve van het bijzonder weduwenpensioen in mindering gebracht op de wiskundige reserve van het weduwenpensioen overeenkomstig het eerste lid.
waarin
WP = het bedrag van het weduwenpensioen waarop recht zou bestaan, indien de gewezen deelgenoot zou zijn overleden op de datum bedoeld in artikel 4, tweede of derde lid;
= de contante-waardefactor per een gulden weduwenpensioen op het leven van een y-jarige vrouw na het overlijden van haar x-jarige echtgenoot; TWP het bedrag van de toeslag ingevolge artikel H 9 avan de wet; bij de berekening van deze toeslag wordt eventueel rekening gehouden met artikel H 5, derde lid, van de wet;
= de contante-waardefactor per een gulden toeslag op het weduwenpensioen tot het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet.
2. Indien recht zou bestaan op zowel weduwenpensioen als bijzonder weduwenpensioen, wordt de wiskundige reserve van het bijzonder weduwenpensioen in mindering gebracht op de wiskundige reserve van het weduwenpensioen overeenkomstig het eerste lid.