BWBR0004300
Geldig vanaf 1987-12-01
Artikel 13
Besluit reserve-overdracht N.S.-personeel
1. Indien de pensioeninstantie bedoeld in artikel N 6, derde lid, van de wet bij overname van een wiskundige reserve van het fonds een rentestandskorting toepast, wordt de over te dragen wiskundige reserve vermenigvuldigd met de factor (100 - X) : 100.
2. Indien de pensioeninstantie bedoeld in artikel N 9, derde lid, van de wet bij overdracht van een wiskundige reserve aan het fonds een rentestandskorting toepast, wordt voor de toepassing van artikel 12het bedrag van de beschikbaar gestelde wiskundige reserve vermenigvuldigd met de factor 100 : (100 - X).
3. Voor de toepassing van het eerste of tweede lid wordt de grootte van X bepaald aan de hand van de volgende tabel, uitgaande van het geldende rendement t, vastgesteld overeenkomstig het vierde lid.
[tabel]
4. Het geldende rendement tbedoeld in het derde lid is het gemiddelde effectieve rendement, vastgesteld overeenkomstig het vijfde lid, van alle guldens-obligatieleningen - met uitzondering van perpetuele leningen - die zijn uitgegeven door de Staat der Nederlanden en voldoen aan de volgende vereisten:
a. dat zij zijn opgenomen in de doorlopende notering van de Officiële Prijscourant van de Vereniging voor de Effectenhandel te Amsterdam;
b. dat de gemiddelde resterende looptijd, vastgesteld overeenkomstig het zesde lid, ten minste zeven jaren bedraagt;
c. dat het quotiënt van het couponrendement en het effectieve rendement ten minste acht tienden en ten hoogste een en een tiende bedraagt.
5. Ter bepaling van het effectieve rendement van de in het vierde lid bedoelde fondsen wordt uitgegaan van de op de vijftiende dag en per ultimo van enige maand laatstbekende middenkoers van de coupures van duizend gulden. De middenkoers van enige dag is de halve som van de laagste en de hoogste koers waartegen op die dag transacties tot stand zijn gekomen volgens de Prijscourant genoemd in het vierde lid, onder a.Het effectieve rendementspercentage van elk der fondsen op bovenbedoelde tijdstippen wordt in twee decimalen nauwkeurig berekend. Van de aldus berekende percentages wordt voor elk van die tijdstippen het rekenkundig gemiddelde in twee decimalen nauwkeurig berekend. Jaarlijks wordt op 16 december het gemiddelde van de laatste zes van deze gemiddelden berekend en dat gemiddelde geldt als rendement tmet ingang van 1 januari daaropvolgend.
6. Ter bepaling van de gemiddelde looptijd wordt als aflossingsschema genomen:
a. de normale aflossing, indien de koers lager is dan de aflossingskoers;
b. vervroegde aflossing op de eerstmogelijke datum, indien de koers gelijk is aan of hoger dan de aflossingskoers.
Onder aflossingskoers wordt verstaan de koers waartegen algehele aflossing kan geschieden op de eerstmogelijke datum.
2. Indien de pensioeninstantie bedoeld in artikel N 9, derde lid, van de wet bij overdracht van een wiskundige reserve aan het fonds een rentestandskorting toepast, wordt voor de toepassing van artikel 12het bedrag van de beschikbaar gestelde wiskundige reserve vermenigvuldigd met de factor 100 : (100 - X).
3. Voor de toepassing van het eerste of tweede lid wordt de grootte van X bepaald aan de hand van de volgende tabel, uitgaande van het geldende rendement t, vastgesteld overeenkomstig het vierde lid.
[tabel]
4. Het geldende rendement tbedoeld in het derde lid is het gemiddelde effectieve rendement, vastgesteld overeenkomstig het vijfde lid, van alle guldens-obligatieleningen - met uitzondering van perpetuele leningen - die zijn uitgegeven door de Staat der Nederlanden en voldoen aan de volgende vereisten:
a. dat zij zijn opgenomen in de doorlopende notering van de Officiële Prijscourant van de Vereniging voor de Effectenhandel te Amsterdam;
b. dat de gemiddelde resterende looptijd, vastgesteld overeenkomstig het zesde lid, ten minste zeven jaren bedraagt;
c. dat het quotiënt van het couponrendement en het effectieve rendement ten minste acht tienden en ten hoogste een en een tiende bedraagt.
5. Ter bepaling van het effectieve rendement van de in het vierde lid bedoelde fondsen wordt uitgegaan van de op de vijftiende dag en per ultimo van enige maand laatstbekende middenkoers van de coupures van duizend gulden. De middenkoers van enige dag is de halve som van de laagste en de hoogste koers waartegen op die dag transacties tot stand zijn gekomen volgens de Prijscourant genoemd in het vierde lid, onder a.Het effectieve rendementspercentage van elk der fondsen op bovenbedoelde tijdstippen wordt in twee decimalen nauwkeurig berekend. Van de aldus berekende percentages wordt voor elk van die tijdstippen het rekenkundig gemiddelde in twee decimalen nauwkeurig berekend. Jaarlijks wordt op 16 december het gemiddelde van de laatste zes van deze gemiddelden berekend en dat gemiddelde geldt als rendement tmet ingang van 1 januari daaropvolgend.
6. Ter bepaling van de gemiddelde looptijd wordt als aflossingsschema genomen:
a. de normale aflossing, indien de koers lager is dan de aflossingskoers;
b. vervroegde aflossing op de eerstmogelijke datum, indien de koers gelijk is aan of hoger dan de aflossingskoers.
Onder aflossingskoers wordt verstaan de koers waartegen algehele aflossing kan geschieden op de eerstmogelijke datum.