BWBR0004195
Geldig vanaf 2000-01-01
Artikel 24
Regelen verzekeringsovereenkomsten Pensioen- en spaarfondsenwet
1. De verzekeraar verstrekt een bewijsstuk ter zake van de bestaande aanspraken aan:
a. degenen, die rechthebbenden zijn op weduwen-, weduwnaars-, partner- of wezenpensioen, na het overlijden van de verzekerde;
b. de gewezen echtgenoot als in artikel 22, eerste lid, bedoeld.
2. De verzekeraar verstrekt de verzekerde jaarlijks een opgave van de aan het desbetreffende of voorafgaande kalenderjaar toe te rekenen waardeaangroei van pensioenaanspraken overeenkomstig <a href="/wet/BWBR0011353/artikel/3.127" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.127 van de Wet inkomstenbelasting 2001</a>en de daarop berustende bepalingen. Het eerste jaar waarover de opgave van de waardeaangroei van de pensioenaanspraken als bedoeld in de eerste volzin wordt verstrekt is 2001.
3. De verzekeraar verstrekt op verzoek van de verzekerde een opgave van de over de jaren 1994 tot en met 2000 toe te rekenen waardeaangroei van pensioenaanspraken overeenkomstig <a href="/wet/BWBR0011353/artikel/3.127" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.127 van de Wet inkomstenbelasting 2001</a>en de daarop berustende bepalingen.
4. De verzekeraar verstrekt de verzekerde indien hij ophoudt aan de onderneming verbonden te zijn, overeenkomstig artikel 13, derde lid, een schriftelijke opgave ter zake van de premievrije aanspraken, bedoeld in artikel 9.
a. degenen, die rechthebbenden zijn op weduwen-, weduwnaars-, partner- of wezenpensioen, na het overlijden van de verzekerde;
b. de gewezen echtgenoot als in artikel 22, eerste lid, bedoeld.
2. De verzekeraar verstrekt de verzekerde jaarlijks een opgave van de aan het desbetreffende of voorafgaande kalenderjaar toe te rekenen waardeaangroei van pensioenaanspraken overeenkomstig <a href="/wet/BWBR0011353/artikel/3.127" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.127 van de Wet inkomstenbelasting 2001</a>en de daarop berustende bepalingen. Het eerste jaar waarover de opgave van de waardeaangroei van de pensioenaanspraken als bedoeld in de eerste volzin wordt verstrekt is 2001.
3. De verzekeraar verstrekt op verzoek van de verzekerde een opgave van de over de jaren 1994 tot en met 2000 toe te rekenen waardeaangroei van pensioenaanspraken overeenkomstig <a href="/wet/BWBR0011353/artikel/3.127" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.127 van de Wet inkomstenbelasting 2001</a>en de daarop berustende bepalingen.
4. De verzekeraar verstrekt de verzekerde indien hij ophoudt aan de onderneming verbonden te zijn, overeenkomstig artikel 13, derde lid, een schriftelijke opgave ter zake van de premievrije aanspraken, bedoeld in artikel 9.