BWBR0004195
Geldig vanaf 2000-01-01
Artikel 13
Regelen verzekeringsovereenkomsten Pensioen- en spaarfondsenwet
1. De verzekeraar verstrekt een bewijsstuk ter zake van de bestaande aanspraken aan:
a. de verzekerde bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd en bij ingang van een uitkering krachtens een invaliditeitsvoorziening;
b. de verzekerde bij het premievrij maken van de verzekering anders dan in geval van het ophouden aan de onderneming verbonden te zijn;
c. degenen, die rechthebbenden zijn op weduwen-, weduwnaars-, partner- of wezenpensioen, na het overlijden van de verzekerde dan wel diens echtgenoot of partner;
d. de gewezen echtgenoot, als in artikel 10 bedoeld.
2. De verzekeraar verstrekt ten behoeve van elke verzekerde aan de verzekeringnemer bij aanvang van de verzekering en vervolgens jaarlijks schriftelijk een opgave waarin in ieder geval de hoogte van de verzekerde bedragen wordt vermeld alsmede bij de aanvang van de verzekering en voorts indien en voor zover gewijzigd schriftelijk een opgave van het systeem van financiering daarvan.
3. De verzekeraar verstrekt ten behoeve van de verzekerde jaarlijks een opgave van de aan het desbetreffende of voorafgaande kalenderjaar toe te rekenen waardeaangroei van pensioenaanspraken overeenkomstig <a href="/wet/BWBR0011353/artikel/3.127" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.127 van de Wet inkomstenbelasting 2001</a>en de daarop berustende bepalingen. Het eerste jaar waarover de opgave van de waardeaangroei van de pensioenaanspraken als bedoeld in de eerste volzin wordt verstrekt is 2001.
4. De verzekeraar verstrekt op verzoek van de verzekerde een opgave van de over de jaren 1994 tot en met 2000 toe te rekenen waardeaangroei van pensioenaanspraken overeenkomstig <a href="/wet/BWBR0011353/artikel/3.127" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.127 van de Wet inkomstenbelasting 2001</a>en de daarop berustende bepalingen.
5. De verzekeraar verstrekt de verzekerde bij het ophouden aan de onderneming verbonden te zijn schriftelijk een opgave ter zake van de premievrije aanspraken als bedoeld in het tweede en derde lid van artikel 9.
a. de verzekerde bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd en bij ingang van een uitkering krachtens een invaliditeitsvoorziening;
b. de verzekerde bij het premievrij maken van de verzekering anders dan in geval van het ophouden aan de onderneming verbonden te zijn;
c. degenen, die rechthebbenden zijn op weduwen-, weduwnaars-, partner- of wezenpensioen, na het overlijden van de verzekerde dan wel diens echtgenoot of partner;
d. de gewezen echtgenoot, als in artikel 10 bedoeld.
2. De verzekeraar verstrekt ten behoeve van elke verzekerde aan de verzekeringnemer bij aanvang van de verzekering en vervolgens jaarlijks schriftelijk een opgave waarin in ieder geval de hoogte van de verzekerde bedragen wordt vermeld alsmede bij de aanvang van de verzekering en voorts indien en voor zover gewijzigd schriftelijk een opgave van het systeem van financiering daarvan.
3. De verzekeraar verstrekt ten behoeve van de verzekerde jaarlijks een opgave van de aan het desbetreffende of voorafgaande kalenderjaar toe te rekenen waardeaangroei van pensioenaanspraken overeenkomstig <a href="/wet/BWBR0011353/artikel/3.127" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.127 van de Wet inkomstenbelasting 2001</a>en de daarop berustende bepalingen. Het eerste jaar waarover de opgave van de waardeaangroei van de pensioenaanspraken als bedoeld in de eerste volzin wordt verstrekt is 2001.
4. De verzekeraar verstrekt op verzoek van de verzekerde een opgave van de over de jaren 1994 tot en met 2000 toe te rekenen waardeaangroei van pensioenaanspraken overeenkomstig <a href="/wet/BWBR0011353/artikel/3.127" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.127 van de Wet inkomstenbelasting 2001</a>en de daarop berustende bepalingen.
5. De verzekeraar verstrekt de verzekerde bij het ophouden aan de onderneming verbonden te zijn schriftelijk een opgave ter zake van de premievrije aanspraken als bedoeld in het tweede en derde lid van artikel 9.