1. De verzekerde ontvangt, wanneer hij ophoudt aan de onderneming verbonden te zijn anders dan door overlijden of het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, tenzij artikel 15van toepassing is, een voor hem premievrije aanspraak op ouderdomspensioen en weduwen- of weduwnaarspensioen dan wel partnerpensioen met inachtneming van de volgende leden.
2. De verzekerde verkrijgt, wanneer het verbonden zijn aan de onderneming eindigt, ten minste een premievrije aanspraak op een evenredig ouderdomspensioen. Daaronder wordt verstaan het verschil tussen het ouderdomspensioen dat de verzekerde zou hebben gekregen als hij aan de onderneming verbonden zou zijn geweest tot de pensioengerechtigde leeftijd en het ouderdomspensioen dat hij zou hebben gekregen als hij verzekerd zou zijn geweest vanaf het tijdstip waarop het verbonden zijn aan de onderneming eindigde tot de pensioengerechtigde leeftijd. Bij de berekening bedoeld in de vorige volzin wordt, voor wat betreft de gegevens die voor de vaststelling van de pensioenaanspraken van belang zijn, uitgegaan van die gegevens, zoals deze gelden op het tijdstip waarop het verbonden zijn aan de onderneming is geëindigd.
3. Indien een weduwen- of weduwnaarspensioen respectievelijk een partnerpensioen is toegezegd, verkrijgt de verzekerde, wanneer het verbonden zijn aan de onderneming eindigt, ten behoeve van zijn echtgenoot respectievelijk zijn partner een door de verzekeraar naar redelijkheid vast te stellen premievrije aanspraak op weduwen- of weduwnaarspensioen respectievelijk partnerpensioen.
4. Indien een instelling of persoon op ingegane ouderdomspensioenen van personen die tot de ingang van hun pensioen aan de regeling van de verzekeringnemer hebben deelgenomen toeslagen, hoe ook genaamd, verleent, heeft de verzekerde, die sedert het eindigen van het verbonden zijn aan de onderneming een premievrije aanspraak op ouderdomspensioen op grond van dezelfde regeling heeft, er jegens die instelling of persoon recht op dat hem op zijn ingegaan ouderdomspensioen overeenkomstige toeslagen worden verleend met inachtneming van dezelfde uitgangspunten. Op de overeenkomstige toeslagen kunnen in mindering worden gebracht toeslagen op zijn ingegaan ouderdomspensioen welke de verzekerde over hetzelfde tijdvak uit andere hoofde ontvangt. Een overeenkomstig recht op gelijke behandeling heeft zijn weduwe of weduwnaar voor wat betreft toeslagen op weduwen- of weduwnaarspensioen. De partner van de in de eerste volzin bedoelde verzekerde heeft na diens overlijden eveneens een overeenkomstig recht op gelijke behandeling voor wat betreft toeslagen op partnerpensioen.
5. Indien een instelling of persoon op ingegane ouderdomspensioenen van personen die tot de ingang van hun pensioen aan de regeling van de verzekeringnemer hebben deelgenomen toeslagen, hoe ook genaamd, verleent, heeft de verzekerde, die sedert het eindigen van het verbonden zijn aan de onderneming een premievrije aanspraak op ouderdomspensioen op grond van dezelfde regeling heeft, er jegens die instelling of persoon recht op dat hem op zijn premievrije aanspraak op ouderdomspensioen overeenkomstige toeslagen worden verleend met inachtneming van dezelfde uitgangspunten. Op de overeenkomstige toeslagen kunnen in mindering worden gebracht toeslagen op zijn premievrije aanspraak op ouderdomspensioen welke de verzekerde over hetzelfde tijdvak uit andere hoofde ontvangt. Een overeenkomstig recht op gelijke behandeling heeft de verzekerde voor wat betreft toeslagen op zijn premievrije aanspraak op weduwen- of weduwnaarspensioen. De in de eerste volzin bedoelde verzekerde heeft eveneens een overeenkomstig recht op gelijke behandeling voor wat betreft toeslagen op zijn premievrije aanspraak op partnerpensioen.
6. Het vierde en vijfde lid zijn niet van toepassing ingeval bij het eindigen van het verbonden zijn aan de onderneming aan de verzekerde het verzekeringnemerschap is overgedragen en bij die overdracht met zijn uitdrukkelijke instemming enigerlei vorm van rente- of winstdeling ter aanpassing van de premievrije aanspraak is bedongen.
7. Met verzekerde als bedoeld in het vijfde lid, laatste volzin, wordt gelijkgesteld de gewezen echtgenoot als bedoeld in artikel 10, eerste en tweede lid, en in artikel 22, eerste lid, indien de verzekerde na het eindigen van het verbonden zijn aan de onderneming recht heeft op gelijke behandeling als bedoeld in die volzin en voor zover de gewezen echtgenoot bij de echtscheiding of de ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed een premievrije aanspraak op weduwen- of weduwnaarspensioen heeft verkregen en behouden jegens een verzekeraar.
8. Voor de toepassing van het vierde en vijfde lid wordt, indien een verzekeraar toeslagen verleent in opdracht van een ander, die ander beschouwd als de instelling die de toeslagen verleent.
9. Indien de werkgever een toezegging omtrent pensioen heeft gedaan, die kan worden beschouwd als alleen te worden bepaald door de door hem of door de verzekerde beschikbaar gestelde premies of bijdragen, is het tweede lid niet van toepassing en geldt dat de verzekerde, wanneer het verbonden zijn aan de onderneming eindigt, ten minste een premievrije aanspraak op ouderdomspensioen verkrijgt op de voet van de tot dan door hem en voor hem betaalde en uit hoofde van
artikel 2, zesde lid, van de wetnog verschuldigde bijdragen naarmate de voor pensioeningang vereiste duur van de verzekering is verstreken.