BWBR0004070
Geldig vanaf 1987-01-01
Artikel 4
Regeling gelijkstelling niet-gewerkte weken met gewerkte weken
1. Voor de vaststelling van het aantal weken, waarin als werknemer arbeid is verricht, als bedoeld in artikel 17 van de Werkloosheidswet, worden weken meer dan één keer in aanmerking genomen indien:
a. zich tijdens een recht op uitkering opnieuw werkloosheid, als bedoeld in artikel 16 van de Werkloosheidswet, voordoet; of
b. een recht op uitkering geheel of gedeeltelijk is geëindigd en zich vervolgens opnieuw werkloosheid, als bedoeld in artikel 16 van de Werkloosheidswet, voordoet, voor zover op dat moment het totale verlies van arbeidsuren groter is dan het verlies van arbeidsuren op het moment, waarop het eerstgenoemde recht is ontstaan.
2. Het eerste lid is niet van toepassing in gevallen, waarin het recht op uitkering geheel of gedeeltelijk is geëindigd en zich vervolgens opnieuw werkloosheid, als bedoeld in artikel 16 van de Werkloosheidswetvoordoet, indien:
a. de werknemer op het moment, waarop het geheel of gedeeltelijk geëindigde recht ontstond, al zijn arbeidsuren in dienstbetrekking had verloren; of
b. het aantal resterende arbeidsuren in dienstbetrekking op het moment, waarop zich opnieuw werkloosheid voordoet, gelijk is aan danwel groter is dan het aantal resterende arbeidsuren in dienstbetrekking op het moment, waarop het geheel of gedeeltelijk geëindigde recht ontstond.
a. zich tijdens een recht op uitkering opnieuw werkloosheid, als bedoeld in artikel 16 van de Werkloosheidswet, voordoet; of
b. een recht op uitkering geheel of gedeeltelijk is geëindigd en zich vervolgens opnieuw werkloosheid, als bedoeld in artikel 16 van de Werkloosheidswet, voordoet, voor zover op dat moment het totale verlies van arbeidsuren groter is dan het verlies van arbeidsuren op het moment, waarop het eerstgenoemde recht is ontstaan.
2. Het eerste lid is niet van toepassing in gevallen, waarin het recht op uitkering geheel of gedeeltelijk is geëindigd en zich vervolgens opnieuw werkloosheid, als bedoeld in artikel 16 van de Werkloosheidswetvoordoet, indien:
a. de werknemer op het moment, waarop het geheel of gedeeltelijk geëindigde recht ontstond, al zijn arbeidsuren in dienstbetrekking had verloren; of
b. het aantal resterende arbeidsuren in dienstbetrekking op het moment, waarop zich opnieuw werkloosheid voordoet, gelijk is aan danwel groter is dan het aantal resterende arbeidsuren in dienstbetrekking op het moment, waarop het geheel of gedeeltelijk geëindigde recht ontstond.