BWBR0004070
Geldig vanaf 1987-01-01
Artikel 1
Regeling gelijkstelling niet-gewerkte weken met gewerkte weken
Met weken, waarin als werknemer arbeid is verricht, als bedoeld in artikel 17 van de Werkloosheidswetof artikel 58, eerste lid, onder deel a, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogenworden gelijkgesteld:
a. weken, waarvoor de werknemer zonder te werken loon heeft ontvangen;
b. weken, waarin de werknemer niet heeft gewerkt als gevolg van vakantie-, snipper-, of compensatieverlofdagen, voor zover hij voor die dagen geen loon, maar een schadeloosstelling wegens loonderving heeft ontvangen, of een aanspraak hierop heeft verkregen;
c. weken, waarin de werknemer niet heeft gewerkt als gevolg van feestdagen, voor zover hij voor die dagen geen loon, maar een schadeloosstelling wegens loonderving heeft ontvangen;
d. weken, waarin de werknemer niet heeft gewerkt en waarvoor hij schadeloosstelling of schadevergoeding wegens het beëindigen van de dienstbetrekking heeft ontvangen;
e. weken, waarin de werknemer niet heeft gewerkt en waarvoor hij een betaling heeft ontvangen wegens niet-genoten compensatie, - of periodiek verlof bij de beëindiging van de dienstbetrekking;
f. weken, waarin de werknemer niet heeft gewerkt als gevolg van ploegendienst of andere vormen van werkroosters;
g. weken, waarin de werknemer niet heeft gewerkt als gevolg van een regeling tot toepassing van een kortere dan de normale werktijd;
h. weken, waarin de werknemer niet heeft gewerkt en waarvoor hij een uitkering op grond van een vorstuitkeringsreglement danwel een uitkering op grond van artikel 18 van de Werkloosheidswet heeft ontvangen;
i. weken, waarin de werknemer niet heeft gewerkt en waarover hij recht op uitkering op grond van hoofdstuk IV van de Werkloosheidswet heeft;
j. weken, waarin de werknemer niet heeft gewerkt als gevolg van een verplichte bedrijfssluiting en waarvoor de werknemer geen loon of inkomsten wegens loonderving danwel vakantiebonnen of daarmee overeenkomende aanspraken heeft ontvangen of verkregen.
a. weken, waarvoor de werknemer zonder te werken loon heeft ontvangen;
b. weken, waarin de werknemer niet heeft gewerkt als gevolg van vakantie-, snipper-, of compensatieverlofdagen, voor zover hij voor die dagen geen loon, maar een schadeloosstelling wegens loonderving heeft ontvangen, of een aanspraak hierop heeft verkregen;
c. weken, waarin de werknemer niet heeft gewerkt als gevolg van feestdagen, voor zover hij voor die dagen geen loon, maar een schadeloosstelling wegens loonderving heeft ontvangen;
d. weken, waarin de werknemer niet heeft gewerkt en waarvoor hij schadeloosstelling of schadevergoeding wegens het beëindigen van de dienstbetrekking heeft ontvangen;
e. weken, waarin de werknemer niet heeft gewerkt en waarvoor hij een betaling heeft ontvangen wegens niet-genoten compensatie, - of periodiek verlof bij de beëindiging van de dienstbetrekking;
f. weken, waarin de werknemer niet heeft gewerkt als gevolg van ploegendienst of andere vormen van werkroosters;
g. weken, waarin de werknemer niet heeft gewerkt als gevolg van een regeling tot toepassing van een kortere dan de normale werktijd;
h. weken, waarin de werknemer niet heeft gewerkt en waarvoor hij een uitkering op grond van een vorstuitkeringsreglement danwel een uitkering op grond van artikel 18 van de Werkloosheidswet heeft ontvangen;
i. weken, waarin de werknemer niet heeft gewerkt en waarover hij recht op uitkering op grond van hoofdstuk IV van de Werkloosheidswet heeft;
j. weken, waarin de werknemer niet heeft gewerkt als gevolg van een verplichte bedrijfssluiting en waarvoor de werknemer geen loon of inkomsten wegens loonderving danwel vakantiebonnen of daarmee overeenkomende aanspraken heeft ontvangen of verkregen.