BWBR0003975
Geldig vanaf 1986-06-11
Artikel 6.2
Regeling typekeuring geluidproduktie bromfietsen
6.2.1. Tijden de meting wordt bij in werking zijnde motor de gastoevoer ten minste driemaal beurtelings geheel geopend, waarbij het toerental van de motor de maximum waarde moet bereiken, en snel gesloten. De meting wordt zodanig verricht dat de tijdsduur tussen het begin het het openen van de gastoevoer en het begin van het sluiten daarvan ten minste 2 seconden bedraagt.
6.2.2. De microfoon wordt gericht naar de opening van de uitlaat, op 50 cm afstand van het hart van de uitmonding van de uitlaat in een vlak nagenoeg loodrecht op de richting van de gasstroom, op nagenoeg dezelfde hoogte boven de grond als de uitlaatopening. Is deze hoogte kleiner dan 20 cm, dan wordt de microfoon op een hoogte van 20 cm boven de grond gehouden (fig. 2).
6.2.3. Het in dB(A) uitgedrukte maximum geluidsniveau wordt gemeten.
6.2.4. Ten einde rekening te houden met afwijkingen in de meetapparatuur wordt het resultaat van elke meting, gevormd door de op het apparaat afgelezen waarde, verminderd met 1 dB.
6.2.5. De metingen worden als geldig beschouwd, indien het verschil in aflezing tussen twee opeenvolgende metingen niet meer dan 2 dB bedraagt.
6.2.6. Bij de meting moet de motor van de bromfiets zich in normale bedrijfstoestand bevinden voor wat betreft temperatuur, afstelling, brandstof, bougies, carburateur, enz.
6.2.2. De microfoon wordt gericht naar de opening van de uitlaat, op 50 cm afstand van het hart van de uitmonding van de uitlaat in een vlak nagenoeg loodrecht op de richting van de gasstroom, op nagenoeg dezelfde hoogte boven de grond als de uitlaatopening. Is deze hoogte kleiner dan 20 cm, dan wordt de microfoon op een hoogte van 20 cm boven de grond gehouden (fig. 2).
6.2.3. Het in dB(A) uitgedrukte maximum geluidsniveau wordt gemeten.
6.2.4. Ten einde rekening te houden met afwijkingen in de meetapparatuur wordt het resultaat van elke meting, gevormd door de op het apparaat afgelezen waarde, verminderd met 1 dB.
6.2.5. De metingen worden als geldig beschouwd, indien het verschil in aflezing tussen twee opeenvolgende metingen niet meer dan 2 dB bedraagt.
6.2.6. Bij de meting moet de motor van de bromfiets zich in normale bedrijfstoestand bevinden voor wat betreft temperatuur, afstelling, brandstof, bougies, carburateur, enz.