BWBR0003975
Geldig vanaf 1986-06-11
Artikel 6.1
Regeling typekeuring geluidproduktie bromfietsen
6.1.1. Bij de metingen wordt de bromfiets in rechte lijn op zodanige wijze over het parcours gereden dat het middenlangsvlak van het voertuig zo dicht mogelijk bij lijn CC' (fig. 1) ligt.
6.1.2. De bromfiets nadert de lijn AA' (fig.1) op volle snelheid met met vol gas. Deze toestand wordt gecontinueerd tot het achtereinde van de bromfiets lijn BB' heeft bereikt. Vervolgens wordt de gashandle zo snel mogelijk teruggedraaid.
6.1.3. De microfoon moet worden opgesteld op 7,5 m ± 0,2 m afstand van de referentielijn CC' (fig. 1) van de rijbaan en op een hoogte van 1,2 m ± 0,1 m boven de grond. De maximale gevoeligheidsas moet horizontaal zijn en, in de richting van de rijbaan, loodrecht staan op de rijrichting van het voertuig (lijn CC').
6.1.4. Het in dB uitgedrukte, A-gewogen, maximale geluidniveau wordt gemeten gedurende de tijd dat enig deel van de bromfiets zich tussen de lijnen AA' en BB' (fig. 1) voortbeweegt. De meting is ongeldig, indien een piekwaarde wordt geregistreerd die sterk afwijkt van het algemene geluidniveau.
6.1.5. Aan beide zijden van de bromfiets moeten ten minste 2 metingen worden verricht.
6.1.6. Ten einde rekening te houden met afwijkingen in de meetapparatuur wordt het resultaat van elke meting, gevormd door de op het meetinstrument afgelezen waarde, verminderd met 1 dB.
6.1.7. Het verschil in aflezing tussen twee opeenvolgende metingen aan dezelfde zijde van de bromfiets mag niet meer dan 2 dB bedragen.
6.1.8. Bij de meting moet de motor van de bromfiets zich in de normale bedrijfstoestand bevinden voor wat betreft temperatuur, afstelling, brandstof, bougies, carburateur, enz.
6.1.9. Er wordt gemeten zonder duo-passagier en zonder bagage, terwijl de bestuurder rechtop zit, een normale lengte heeft en een gewicht van ongeveer 75 kg.
6.1.2. De bromfiets nadert de lijn AA' (fig.1) op volle snelheid met met vol gas. Deze toestand wordt gecontinueerd tot het achtereinde van de bromfiets lijn BB' heeft bereikt. Vervolgens wordt de gashandle zo snel mogelijk teruggedraaid.
6.1.3. De microfoon moet worden opgesteld op 7,5 m ± 0,2 m afstand van de referentielijn CC' (fig. 1) van de rijbaan en op een hoogte van 1,2 m ± 0,1 m boven de grond. De maximale gevoeligheidsas moet horizontaal zijn en, in de richting van de rijbaan, loodrecht staan op de rijrichting van het voertuig (lijn CC').
6.1.4. Het in dB uitgedrukte, A-gewogen, maximale geluidniveau wordt gemeten gedurende de tijd dat enig deel van de bromfiets zich tussen de lijnen AA' en BB' (fig. 1) voortbeweegt. De meting is ongeldig, indien een piekwaarde wordt geregistreerd die sterk afwijkt van het algemene geluidniveau.
6.1.5. Aan beide zijden van de bromfiets moeten ten minste 2 metingen worden verricht.
6.1.6. Ten einde rekening te houden met afwijkingen in de meetapparatuur wordt het resultaat van elke meting, gevormd door de op het meetinstrument afgelezen waarde, verminderd met 1 dB.
6.1.7. Het verschil in aflezing tussen twee opeenvolgende metingen aan dezelfde zijde van de bromfiets mag niet meer dan 2 dB bedragen.
6.1.8. Bij de meting moet de motor van de bromfiets zich in de normale bedrijfstoestand bevinden voor wat betreft temperatuur, afstelling, brandstof, bougies, carburateur, enz.
6.1.9. Er wordt gemeten zonder duo-passagier en zonder bagage, terwijl de bestuurder rechtop zit, een normale lengte heeft en een gewicht van ongeveer 75 kg.