BWBR0003968
Geldig vanaf 2008-01-24
Artikel 30
Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet
1. Het buitengewoon pensioen of de uitkering gaat in:
a. met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die waarin de aanvraag is ingediend, behoudens het bepaalde onder b en in het tweede lid;
b. voor de weduwe, gewezen echtgenote of de minderjarige volle of halve wees, die binnen dertien weken na het overlijden van de deelnemer aan het verzet die een buitengewoon pensioen ingevolge deze wet genoot, aanspraak op een buitengewoon pensioen of uitkering maakt, met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die, waarin het overlijden heeft plaatsgehad.
2. Een buitengewoon pensioen, dat verleend wordt na beëindiging van een voorlopig buitengewoon pensioen, gaat in op de dag, volgende op die, waarop het vorige buitengewoon pensioen heeft opgehouden, mits binnen dertien weken na afloop van dat voorlopig buitengewoon pensioen door of namens betrokkene een aanvraag daartoe wordt ingediend.
a. met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die waarin de aanvraag is ingediend, behoudens het bepaalde onder b en in het tweede lid;
b. voor de weduwe, gewezen echtgenote of de minderjarige volle of halve wees, die binnen dertien weken na het overlijden van de deelnemer aan het verzet die een buitengewoon pensioen ingevolge deze wet genoot, aanspraak op een buitengewoon pensioen of uitkering maakt, met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die, waarin het overlijden heeft plaatsgehad.
2. Een buitengewoon pensioen, dat verleend wordt na beëindiging van een voorlopig buitengewoon pensioen, gaat in op de dag, volgende op die, waarop het vorige buitengewoon pensioen heeft opgehouden, mits binnen dertien weken na afloop van dat voorlopig buitengewoon pensioen door of namens betrokkene een aanvraag daartoe wordt ingediend.