BWBR0003953
Geldig vanaf 1986-05-01
Artikel 7
TNO-besluit 1986
1. Aan de Organisatie worden jaarlijks van rijkswege verstrekt een basissubsidie en doelsubsidies, voor zover de middelen daarvoor door de wetgever beschikbaar zijn gesteld.
2. De raad van bestuur dient hiertoe jaarlijks vóór 1 april bij Onze Minister een met redenen omkleed subsidievoorstel voor het eerstvolgende kalenderjaar in. Bij het voorstel wordt overgelegd een ontwerp-middellange termijnplan van de Organisatie en van elke hoofdgroep, een ontwerp-investeringsplan van de Organisatie voor de eerstvolgende vier jaren, alsmede een ontwerp-exploitatie- en -investeringsbegroting van de Organisatie en van elke hoofdgroep voor het eerstvolgende kalenderjaar. Het subsidievoorstel en de daarbij te voegen bescheiden behoeven de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. De onderdelen van het voorstel en de daarbij te voegen bescheiden die de hoofdgroep voor defensie-onderzoek betreffen worden vastgesteld door de raad voor het defensie-onderzoek en behoeven, voor wat betreft de bijgevoegde bescheiden, de goedkeuring van Onze Minister van Defensie.
3. Jaarlijks vóór 1 november wordt bij subsidiebrief, bedoeld in artikel 21, tweede lid, van de wet, bekendgemaakt:
a. de voor het eerstvolgende kalenderjaar ten laste van de rijksbegroting voorlopig vastgestelde bedragen voor: - het basissubsidie;
- de doelsubsidies en de verdeling daarvan over de daarvoor in aanmerking komende hoofdstukken van de rijksbegroting;
- het basissubsidie;
- de doelsubsidies en de verdeling daarvan over de daarvoor in aanmerking komende hoofdstukken van de rijksbegroting;
b. de voorwaarden aangaande de bestemming van de onder a genoemde subsidies.
c. de beslissing van Onze Minister van Defensie omtrent de ter goedkeuring voorgelegde bescheiden, als bedoeld in het tweede lid;
De raad van bestuur zendt terstond na ontvangst van de subsidiebrief afschrift daarvan aan de raad voor het defensie-onderzoek.
2. De raad van bestuur dient hiertoe jaarlijks vóór 1 april bij Onze Minister een met redenen omkleed subsidievoorstel voor het eerstvolgende kalenderjaar in. Bij het voorstel wordt overgelegd een ontwerp-middellange termijnplan van de Organisatie en van elke hoofdgroep, een ontwerp-investeringsplan van de Organisatie voor de eerstvolgende vier jaren, alsmede een ontwerp-exploitatie- en -investeringsbegroting van de Organisatie en van elke hoofdgroep voor het eerstvolgende kalenderjaar. Het subsidievoorstel en de daarbij te voegen bescheiden behoeven de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. De onderdelen van het voorstel en de daarbij te voegen bescheiden die de hoofdgroep voor defensie-onderzoek betreffen worden vastgesteld door de raad voor het defensie-onderzoek en behoeven, voor wat betreft de bijgevoegde bescheiden, de goedkeuring van Onze Minister van Defensie.
3. Jaarlijks vóór 1 november wordt bij subsidiebrief, bedoeld in artikel 21, tweede lid, van de wet, bekendgemaakt:
a. de voor het eerstvolgende kalenderjaar ten laste van de rijksbegroting voorlopig vastgestelde bedragen voor: - het basissubsidie;
- de doelsubsidies en de verdeling daarvan over de daarvoor in aanmerking komende hoofdstukken van de rijksbegroting;
- het basissubsidie;
- de doelsubsidies en de verdeling daarvan over de daarvoor in aanmerking komende hoofdstukken van de rijksbegroting;
b. de voorwaarden aangaande de bestemming van de onder a genoemde subsidies.
c. de beslissing van Onze Minister van Defensie omtrent de ter goedkeuring voorgelegde bescheiden, als bedoeld in het tweede lid;
De raad van bestuur zendt terstond na ontvangst van de subsidiebrief afschrift daarvan aan de raad voor het defensie-onderzoek.