BWBR0003953
Geldig vanaf 1986-05-01
Artikel 6
TNO-besluit 1986
1. De taken en bevoegdheden, bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet, van de raad voor het defensie-onderzoek zijn:
a. het jaarlijks vaststellen van het middellange termijnplan, waarin opgenomen het werkprogramma voor het eerstvolgende kalenderjaar, alsmede van het investeringsplan voor de eerstvolgende vier jaren;
b. het jaarlijks vaststellen van de exploitatie- en investeringsbegroting voor het eerstvolgende kalenderjaar;
c. het toezicht houden op de aanwending van de gelden bestemd voor het aan de Organisatie opgedragen defensie-onderzoek;
d. het vaststellen van de organisatiestructuur en de personeelsformatie;
e. het benoemen van de leden van de programma-adviesraad;
f. het vaststellen van regels voor het intern en extern functioneren van de hoofdgroep, voor zover deze regels verband houden met het bijzondere karakter van het defensie-onderzoek.
2. Het in de artikelen 2, eerste lid, 3, eerste, tweede en vierde lid, en 4, derde lid, bepaalde is, voor zover het de hoofdgroep voor defensie-onderzoek en haar instituten betreft, op de raad voor het defensie-onderzoek, met uitsluiting van de raad van bestuur en de raad van toezicht, van overeenkomstige toepassing.
a. het jaarlijks vaststellen van het middellange termijnplan, waarin opgenomen het werkprogramma voor het eerstvolgende kalenderjaar, alsmede van het investeringsplan voor de eerstvolgende vier jaren;
b. het jaarlijks vaststellen van de exploitatie- en investeringsbegroting voor het eerstvolgende kalenderjaar;
c. het toezicht houden op de aanwending van de gelden bestemd voor het aan de Organisatie opgedragen defensie-onderzoek;
d. het vaststellen van de organisatiestructuur en de personeelsformatie;
e. het benoemen van de leden van de programma-adviesraad;
f. het vaststellen van regels voor het intern en extern functioneren van de hoofdgroep, voor zover deze regels verband houden met het bijzondere karakter van het defensie-onderzoek.
2. Het in de artikelen 2, eerste lid, 3, eerste, tweede en vierde lid, en 4, derde lid, bepaalde is, voor zover het de hoofdgroep voor defensie-onderzoek en haar instituten betreft, op de raad voor het defensie-onderzoek, met uitsluiting van de raad van bestuur en de raad van toezicht, van overeenkomstige toepassing.