BWBR0003953
Geldig vanaf 1986-05-01
Artikel 5
TNO-besluit 1986
1. Als voorzitter van de raad voor het defensie-onderzoek treedt op het op voordracht van Onze Minister van Defensie benoemde lid van de raad van bestuur van de Organisatie.
2. Tot leden van de raad voor het defensie-onderzoek worden voorts benoemd:
a. de directeur wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling van het directoraat-generaal materieel van het Ministerie van Defensie, als vertegenwoordiger van Onze Minister van Defensie;
b. drie functionarissen afkomstig uit onderscheidenlijk de Koninklijke Marine, de Koninklijke Landmacht en de Koninklijke Luchtmacht;
c. de directeur militair-geneeskundige diensten;
d. een door onze Minister aangewezen vertegenwoordiger;
e. drie deskundigen uit de wetenschappelijke wereld;
f. ten hoogste drie andere leden.
3. De in het tweede lid, onder een f, genoemde leden van de raad voor het defensie-onderzoek worden benoemd voor een tijdvak van vijf jaren, behoudens bij koninklijk besluit tussentijds verleend ontslag en zijn éénmaal voor een tijdvak van vijf jaren herbenoembaar. Hun wordt ontslag verleend met ingang van de eerste dag van de maand, waarin zij de leeftijd van zeventig jaren bereiken. De overige leden worden benoemd voor onbepaalde tijd.
2. Tot leden van de raad voor het defensie-onderzoek worden voorts benoemd:
a. de directeur wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling van het directoraat-generaal materieel van het Ministerie van Defensie, als vertegenwoordiger van Onze Minister van Defensie;
b. drie functionarissen afkomstig uit onderscheidenlijk de Koninklijke Marine, de Koninklijke Landmacht en de Koninklijke Luchtmacht;
c. de directeur militair-geneeskundige diensten;
d. een door onze Minister aangewezen vertegenwoordiger;
e. drie deskundigen uit de wetenschappelijke wereld;
f. ten hoogste drie andere leden.
3. De in het tweede lid, onder een f, genoemde leden van de raad voor het defensie-onderzoek worden benoemd voor een tijdvak van vijf jaren, behoudens bij koninklijk besluit tussentijds verleend ontslag en zijn éénmaal voor een tijdvak van vijf jaren herbenoembaar. Hun wordt ontslag verleend met ingang van de eerste dag van de maand, waarin zij de leeftijd van zeventig jaren bereiken. De overige leden worden benoemd voor onbepaalde tijd.