BWBR0003825
Geldig vanaf 1985-07-21
Artikel B2
Beschikking overgangsmaatregelen N.L.O.'s 1985
1. Voor de belanghebbende die tot directeur, tot adjunct-directeur of tot leraar wordt benoemd, wordt met ingang van 1 april 1985 een taakomvang vastgesteld gelijk aan de taakomvang waarmee hij op 31 maart 1985 was belast, dan wel, indien deze groter is, de hem op 31 maart 1985 gegarandeerde taakomvang.
2. De taakomvang van de belanghebbende wordt uitgedrukt in een normbetrekking of een gedeelte daarvan. Deze taakomvang wordt vermeld in de akte van benoeming.
3. Indien aan de belanghebbende op 31 maart 1985 een normbetrekking of een gedeelte daarvan is opgedragen welke niet in aanmerking kan worden gebracht voor garantie als bedoeld in de brief van de minister van Onderwijs en Wetenschappen van 9 februari 1982, kenmerk DI/SC/P/A-112.525, wordt met ingang van 1 april 1985 in de akte van benoeming aangegeven dat een daarmee overeenkomend deel van de taakomvang valt buiten het bepaalde krachtens artikel I-R553, vierde lid, van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel. Het in de vorige volzin bedoelde deel van de taakomvang wordt aangemerkt als persoonsgebonden taakomvang als bedoeld in artikel I-R555 van bovenvermeld besluit.
4. De verdeling van de lessentaak van de directie, bedoeld in artikel I-Q413, zevende lid, van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneelwordt voor het eerst vastgesteld en vastgelegd op 1 augustus 1985.
2. De taakomvang van de belanghebbende wordt uitgedrukt in een normbetrekking of een gedeelte daarvan. Deze taakomvang wordt vermeld in de akte van benoeming.
3. Indien aan de belanghebbende op 31 maart 1985 een normbetrekking of een gedeelte daarvan is opgedragen welke niet in aanmerking kan worden gebracht voor garantie als bedoeld in de brief van de minister van Onderwijs en Wetenschappen van 9 februari 1982, kenmerk DI/SC/P/A-112.525, wordt met ingang van 1 april 1985 in de akte van benoeming aangegeven dat een daarmee overeenkomend deel van de taakomvang valt buiten het bepaalde krachtens artikel I-R553, vierde lid, van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel. Het in de vorige volzin bedoelde deel van de taakomvang wordt aangemerkt als persoonsgebonden taakomvang als bedoeld in artikel I-R555 van bovenvermeld besluit.
4. De verdeling van de lessentaak van de directie, bedoeld in artikel I-Q413, zevende lid, van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneelwordt voor het eerst vastgesteld en vastgelegd op 1 augustus 1985.