BWBR0003818
Geldig vanaf 1986-05-01
Artikel 41
Diergeneesmiddelenwet
1. Indien op eet- of drinkwaren van dierlijke oorsprong een grotere hoeveelheid van één of meer diergeneesmiddelen, bestanddelen daarvan of omzettingsprodukten aanwezig is dan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur is bepaald, worden deze voortbrengselen voor de toepassing van artikel 14, eerste lid, van verordening (EG) nr. 178/2002van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (PbEG L 31) aangemerkt als onveilige levensmiddelen; voor zover het vlees betreft als bedoeld in bijlage I, onderdeel 1.1 van verordening (EG) nr. 853/2004van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PbEU L 139 en L 226), wordt het afgekeurd.
2. Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid, kan tevens betrekking hebben op vernietiging van voortbrengselen waarin of waarop een grotere hoeveelheid van een of meer diergeneesmiddelen, bestanddelen daarvan of omzettingsprodukten aanwezig is dan is toegelaten.
2. Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid, kan tevens betrekking hebben op vernietiging van voortbrengselen waarin of waarop een grotere hoeveelheid van een of meer diergeneesmiddelen, bestanddelen daarvan of omzettingsprodukten aanwezig is dan is toegelaten.