BWBR0003818
Geldig vanaf 1986-05-01
Artikel 25
Diergeneesmiddelenwet
1. Een vergunning, bedoeld in artikel 21, kan worden ingetrokken, indien niet langer wordt voldaan aan de in artikel 23, eerste lid, bedoelde eisen.
2. Bij wijziging of aanvulling van de in artikel 23, eerste lid, bedoelde eisen heeft geen intrekking van de vergunning plaats dan nadat de houder van de vergunning in de gelegenheid is gesteld aan de gewijzigde of aangevulde eisen te voldoen.
3. De kosten van de herhaalde inspecties als bedoeld in artikel 3 van richtlijn 91/412/EGvan de Commissie van 23 juli 1991 tot vastlegging van de beginselen en richtsnoeren inzake goede praktijken bij het vervaardigen van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PbEG L 228), kunnen, volgens door Onze Minister te stellen regelen, ten laste van de houder van de vergunning worden gebracht.
2. Bij wijziging of aanvulling van de in artikel 23, eerste lid, bedoelde eisen heeft geen intrekking van de vergunning plaats dan nadat de houder van de vergunning in de gelegenheid is gesteld aan de gewijzigde of aangevulde eisen te voldoen.
3. De kosten van de herhaalde inspecties als bedoeld in artikel 3 van richtlijn 91/412/EGvan de Commissie van 23 juli 1991 tot vastlegging van de beginselen en richtsnoeren inzake goede praktijken bij het vervaardigen van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PbEG L 228), kunnen, volgens door Onze Minister te stellen regelen, ten laste van de houder van de vergunning worden gebracht.