BWBR0003804
Geldig vanaf 1985-07-10
Artikel 3
Beschikking superheffing bijzondere opvolgingssituaties
1. De bijzondere hoeveelheid, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, is gelijk aan de produktie van het jaar voorafgaande aan het optreden van de persoonlijke omstandigheden verminderd met het geldend kortingspercentage, met dien verstande dat de totale heffingvrije hoeveelheid op het bedrijf maximaal gelijk kan zijn aan de afgeleverde hoeveelheid kilogrammen melk in het jaar voorafgaand aan de calamiteit, verminderd met het geldende kortingspercentage.
2. In het geval van de bedrijfsopvolgingssituatie, als bedoeld in artikel 2, onder b, wordt de bijzondere heffingvrije hoeveelheid toegekend onder de voorwaarde dat het bedrijf voor 1 april 1989 wordt overgenomen, en de aanspraak eerst erkend, nadat de bedrijfsopvolging heeft plaatsgevonden dan wel nadat de opvolger op het bedrijf werkzaam is geworden en voor zijn inkomen geheel afhankelijk is van het bedrijf.
3. In het geval dat een bedrijfsopvolger de bedrijfsvoering binnen 5 jaar beeindigt wordt de heffingvrije hoeveelheid verminderd met de op grond van het eerste lid toegekende hoeveelheid.
4. De minister kan het bepaalde in het derde lid buiten toepassing laten indien overdracht van het bedrijf als gevolg van overlijden of arbeidsongeschiktheid van de bedrijfsopvolger noodzakelijk is, onder door de minister te stellen voorwaarden of beperkingen.
5. De bijzondere hoeveelheid, bedoeld in het eerste lid wordt evenredig verminderd, indien de totale oppervlakte grond, gebezigd voor de melkveehouderij, op het bedrijf is verminderd in de periode na het optreden van de persoonlijke omstandigheid, met dien verstande dat de totale heffingvrije hoeveelheid op het bedrijf minimaal gelijk is aan het aantal resterende hectares, eigendom of vaste pacht, vermenigvuldigd met een regio-gemiddelde als bedoeld in de uitvoeringsregeling gebaseerd op artikel 9 van de Beschikking superheffing 1985.
2. In het geval van de bedrijfsopvolgingssituatie, als bedoeld in artikel 2, onder b, wordt de bijzondere heffingvrije hoeveelheid toegekend onder de voorwaarde dat het bedrijf voor 1 april 1989 wordt overgenomen, en de aanspraak eerst erkend, nadat de bedrijfsopvolging heeft plaatsgevonden dan wel nadat de opvolger op het bedrijf werkzaam is geworden en voor zijn inkomen geheel afhankelijk is van het bedrijf.
3. In het geval dat een bedrijfsopvolger de bedrijfsvoering binnen 5 jaar beeindigt wordt de heffingvrije hoeveelheid verminderd met de op grond van het eerste lid toegekende hoeveelheid.
4. De minister kan het bepaalde in het derde lid buiten toepassing laten indien overdracht van het bedrijf als gevolg van overlijden of arbeidsongeschiktheid van de bedrijfsopvolger noodzakelijk is, onder door de minister te stellen voorwaarden of beperkingen.
5. De bijzondere hoeveelheid, bedoeld in het eerste lid wordt evenredig verminderd, indien de totale oppervlakte grond, gebezigd voor de melkveehouderij, op het bedrijf is verminderd in de periode na het optreden van de persoonlijke omstandigheid, met dien verstande dat de totale heffingvrije hoeveelheid op het bedrijf minimaal gelijk is aan het aantal resterende hectares, eigendom of vaste pacht, vermenigvuldigd met een regio-gemiddelde als bedoeld in de uitvoeringsregeling gebaseerd op artikel 9 van de Beschikking superheffing 1985.