BWBR0003795
Geldig vanaf 1985-05-24
Artikel 3
Uitkering aan gemoedsbezwaarden
In afwijking van artikel 18 van de Algemene Ouderdomswet, wordt na het overlijden van degene, die een uitkering als bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswetgenoot, de overlijdensuitkering, bedoeld in artikel 18 van de Algemene Ouderdomswet, uitbetaald voorzover het saldo van zijn spaarrekening, bedoeld in de regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Financiën van 23 april 1985, nr. SZ/SV/VV/85/914(Stcrt. 87), toereikend is.