BWBR0003795
Geldig vanaf 1985-05-24
Artikel 2
Uitkering aan gemoedsbezwaarden
Indien degene, aan wie een uitkering ingevolge het eerste lid van artikel 48 van de Algemene Ouderdomswetis toegekend, aanspraak maakt op ouderdomspensioen krachtens die wet, wordt, in afwijking van het bepaalde in artikel 17, derde lid, van die wet, de uitkering zo nodig met terugwerkende kracht ingetrokken met ingang van de dag, waarop het ouderdomspensioen ingaat.