BWBR0003768
Geldig vanaf 1999-06-30
Artikel 15a
Regeling bewijzen van bekwaamheid O.W.V.O.
1. Aan de bewijzen van bekwaamheid, genoemd onder 3.2, 3.3, 3.4, 3.21, 14.1, 14.10, 17.2 en 17.4, in Bijlage Ibij deze regeling, is tevens de bevoegdheid verbonden tot het geven van onderwijs in de vakken Nederlands, geschiedenis, aardrijkskunde, maatschappijleer, rekenen en wiskunde, muziek, tekenen, handvaardigheid, lichamelijke opvoeding, techniek en verzorging, aan de soorten van onderwijs, vallend onder de codering 2a, indien wordt voldaan aan de in het tweede lid genoemde voorwaarden.
2. De bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor die vakken waarin in de afgelopen vijf jaren direct voorafgaand aan de samenvoeging van de school of afdeling voor svo met een school voor voortgezet onderwijs dan wel omzetting van die school of afdeling in een school of afdeling voor praktijkonderwijs of een orthopedagogisch-orthodidactisch centrum tenminste vijfhonderd lesuren is lesgegeven. Voor de vakken techniek en verzorging geldt bovendien dat de leraar in het bezit is van een individuele bevoegdheidsverklaring voor het vak algemene technieken of algemene technieken (techniek), respectievelijk algemene technieken of algemene technieken (verzorging), als bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Interimwet voor het speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs. De bevoegdheid geldt voor de leerjaren 1 en 2 en voor leerjaar 3 voorzover het betreft vakken van de basisvorming. De bevoegdheid geldt voor alle leerjaren indien de vijfhonderd lesuren in het svo zijn gegeven aan leerlingen die zich voorbereiden op het eindexamen.
3. De leraar, bedoeld in het tweede lid, kan in overeenstemming met het bevoegd gezag van de school of het bestuur van het orthopedagogisch-didactisch centrum, afstand doen van de onderwijsbevoegdheid verkregen op grond van dat lid. De overeenstemming wordt bereikt voor het tijdstipvan de samenvoeging dan wel omzetting en wordt schriftelijk vastgelegd.
4. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing, indien het betreft een leraar aan een daar bedoelde school of afdeling wiens betrekking wordt opgeheven en er geen of nog geen samenvoeging of omzetting heeft plaatsgevonden. In dat geval werkt de periode van vijf jaar terug vanaf het moment van opheffing van de betrekking en wordt de overeenstemming over het afstand doen bereikt voor het tijdstip van indiensttreding.
5. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op gewezen personeel dat op het moment van samenvoeging of omzetting niet meer in dienst is van het betreffende bevoegd gezag en in het genot is van een uitkering op grond van het Besluit werkloosheid onderwijs- of onderzoekspersoneel of wegens arbeidsongeschiktheid.
6. Indien de leraar die in het bezit is van een bewijs van bekwaamheid bedoeld in het eerste lid, in een of meer van de vakken biologie, Engels, handvaardigheid (textiele werkvormen) en verzorging heeft lesgegeven zonder in het bezit te zijn van de daarvoor vereiste bevoegdheid, kan in overeenstemming tussen de belanghebbende en het bevoegd gezag van de school of het bestuur van het orthopedagogischdidactisch centrum hiervoor een onderwijsbevoegdheid worden vastgesteld. Het tweede lid en de tweede volzin van het derde lid zijn hierbij van overeenkomstige toepassing.
7. Indien op grond van de voorgaande leden voor een gewezen directeur of adjunct-directeur geen bevoegdheid voor ten minste drie vakken kan worden vastgesteld, kan deze vaststelling plaatsvinden in overeenstemming tussen de belanghebbende en het bevoegd gezag van de school of het bestuur van het orthopedagogisch-didactisch centrum. Hierbij wordt ook vastgesteld of de bevoegdheid geldt voor het eerste en het tweede leerjaar, en het derde leerjaar voor zover het de basisvorming betreft, dan wel voor alle leerjaren.
8. Voor de toepassing van dit artikel wordt gebruik gemaakt van de modelverklaring zoals vastgesteld in de bijlage bij deze regeling en die door de minister beschikbaar wordt gesteld.
2. De bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor die vakken waarin in de afgelopen vijf jaren direct voorafgaand aan de samenvoeging van de school of afdeling voor svo met een school voor voortgezet onderwijs dan wel omzetting van die school of afdeling in een school of afdeling voor praktijkonderwijs of een orthopedagogisch-orthodidactisch centrum tenminste vijfhonderd lesuren is lesgegeven. Voor de vakken techniek en verzorging geldt bovendien dat de leraar in het bezit is van een individuele bevoegdheidsverklaring voor het vak algemene technieken of algemene technieken (techniek), respectievelijk algemene technieken of algemene technieken (verzorging), als bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Interimwet voor het speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs. De bevoegdheid geldt voor de leerjaren 1 en 2 en voor leerjaar 3 voorzover het betreft vakken van de basisvorming. De bevoegdheid geldt voor alle leerjaren indien de vijfhonderd lesuren in het svo zijn gegeven aan leerlingen die zich voorbereiden op het eindexamen.
3. De leraar, bedoeld in het tweede lid, kan in overeenstemming met het bevoegd gezag van de school of het bestuur van het orthopedagogisch-didactisch centrum, afstand doen van de onderwijsbevoegdheid verkregen op grond van dat lid. De overeenstemming wordt bereikt voor het tijdstipvan de samenvoeging dan wel omzetting en wordt schriftelijk vastgelegd.
4. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing, indien het betreft een leraar aan een daar bedoelde school of afdeling wiens betrekking wordt opgeheven en er geen of nog geen samenvoeging of omzetting heeft plaatsgevonden. In dat geval werkt de periode van vijf jaar terug vanaf het moment van opheffing van de betrekking en wordt de overeenstemming over het afstand doen bereikt voor het tijdstip van indiensttreding.
5. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op gewezen personeel dat op het moment van samenvoeging of omzetting niet meer in dienst is van het betreffende bevoegd gezag en in het genot is van een uitkering op grond van het Besluit werkloosheid onderwijs- of onderzoekspersoneel of wegens arbeidsongeschiktheid.
6. Indien de leraar die in het bezit is van een bewijs van bekwaamheid bedoeld in het eerste lid, in een of meer van de vakken biologie, Engels, handvaardigheid (textiele werkvormen) en verzorging heeft lesgegeven zonder in het bezit te zijn van de daarvoor vereiste bevoegdheid, kan in overeenstemming tussen de belanghebbende en het bevoegd gezag van de school of het bestuur van het orthopedagogischdidactisch centrum hiervoor een onderwijsbevoegdheid worden vastgesteld. Het tweede lid en de tweede volzin van het derde lid zijn hierbij van overeenkomstige toepassing.
7. Indien op grond van de voorgaande leden voor een gewezen directeur of adjunct-directeur geen bevoegdheid voor ten minste drie vakken kan worden vastgesteld, kan deze vaststelling plaatsvinden in overeenstemming tussen de belanghebbende en het bevoegd gezag van de school of het bestuur van het orthopedagogisch-didactisch centrum. Hierbij wordt ook vastgesteld of de bevoegdheid geldt voor het eerste en het tweede leerjaar, en het derde leerjaar voor zover het de basisvorming betreft, dan wel voor alle leerjaren.
8. Voor de toepassing van dit artikel wordt gebruik gemaakt van de modelverklaring zoals vastgesteld in de bijlage bij deze regeling en die door de minister beschikbaar wordt gesteld.