BWBR0003767
Geldig vanaf 1985-04-01
Artikel 8
Aanvullende regeling bewijzen van bekwaamheid O.W.V.O. voor het h.b.o.
1. Voor het vak theorie en methoden (van enig werkveld) is bevoegd de leraar die:
a. in het bezit is van het getuigschrift of diploma voortgezette agogische beroepsopleiding (voorheen voortgezette opleiding van maatschappelijk werkers), of
b. in het bezit is van een ander relevant bewijs van bekwaamheid, diploma of getuigschrift van universitair of daarmee vergelijkbaar niveau, mits de bezitter beschikt over tenminste drie jaar praktijkervaring in het desbetreffende werkveld, een en ander onder goedkeuring van de minister; die goedkeuring wordt beperkt tot de theorie en methoden van het werkveld waarop de ervaring betrekking heeft en kan bovendien worden beperkt tot een der onderdelen theorie of methoden.
2. Voor het vak praktische toepassing (in een bepaalde vakrichting) is bevoegd de bezitter van een diploma/getuigschrift hoger sociaal-pedagogisch onderwijs (in de desbetreffende vakrichting), indien de bezitter beschikt over een praktijkervaring van tenminste vijf jaren in de desbetreffende vakrichting, al of niet na het behalen van het diploma/getuigschrift.
a. in het bezit is van het getuigschrift of diploma voortgezette agogische beroepsopleiding (voorheen voortgezette opleiding van maatschappelijk werkers), of
b. in het bezit is van een ander relevant bewijs van bekwaamheid, diploma of getuigschrift van universitair of daarmee vergelijkbaar niveau, mits de bezitter beschikt over tenminste drie jaar praktijkervaring in het desbetreffende werkveld, een en ander onder goedkeuring van de minister; die goedkeuring wordt beperkt tot de theorie en methoden van het werkveld waarop de ervaring betrekking heeft en kan bovendien worden beperkt tot een der onderdelen theorie of methoden.
2. Voor het vak praktische toepassing (in een bepaalde vakrichting) is bevoegd de bezitter van een diploma/getuigschrift hoger sociaal-pedagogisch onderwijs (in de desbetreffende vakrichting), indien de bezitter beschikt over een praktijkervaring van tenminste vijf jaren in de desbetreffende vakrichting, al of niet na het behalen van het diploma/getuigschrift.