BWBR0003662
Geldig vanaf 1983-05-01
Artikel 4
Besluit gevolgen voor personeel van overgang opleidingsscholen
1. Voor het schooljaar 1984-1985 wordt de formatie van het personeel aan de opleidingsscholen voor leraren basisonderwijs vastgesteld volgens het bepaalde in de navolgende leden, voor zover nodig in afwijking van het daaromtrent bepaalde bij of krachtens het Besluit opleiding leraren basisonderwijs ( Stb.1983, 538) en de besluiten in artikel 2, eerste lid.
2. Voor elke school wordt een bodemformatie vastgesteld, die gelijk is aan de bodemformatie die op 31 juli 1984 geldt voor de opleidingsschool voor kleuterleidsters, de opleidingsschool voor onderwijzers of de scholengemeenschap waaruit de desbetreffende school voortkomt. Bij de vaststelling van de bodemformatie worden in mindering gebracht verschillen die voortvloeien uit de omstandigheid, dat met ingang van 1 augustus 1984 minder leerjaren van een afdeling voor hoger algemeen voortgezet onderwijs aan de school zijn verbonden dan in het schooljaar 1983-1984 aan de opleidingsschool voor onderwijzers of de scholengemeenschap waaruit de school voortkomt. Artikel 2, tweede lid, derde volzin, is van overeenkomstige toepassing.
3. Voor de scholen, waar de toepassing van de besluiten, bedoeld in het eerste lid, zou leiden tot een formatie, kleiner dan de bodemformatie, bedoeld in het tweede lid, wordt de formatie vastgesteld volgens het bepaalde in die besluiten.
4. Voor de scholen, waar de toepassing van de besluiten, bedoeld in het eerste lid, zou leiden tot een formatie, groter dan de bodemformatie, bedoeld in het tweede lid, is de formatie gelijk aan de bodemformatie.
5. Artikel 2, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
2. Voor elke school wordt een bodemformatie vastgesteld, die gelijk is aan de bodemformatie die op 31 juli 1984 geldt voor de opleidingsschool voor kleuterleidsters, de opleidingsschool voor onderwijzers of de scholengemeenschap waaruit de desbetreffende school voortkomt. Bij de vaststelling van de bodemformatie worden in mindering gebracht verschillen die voortvloeien uit de omstandigheid, dat met ingang van 1 augustus 1984 minder leerjaren van een afdeling voor hoger algemeen voortgezet onderwijs aan de school zijn verbonden dan in het schooljaar 1983-1984 aan de opleidingsschool voor onderwijzers of de scholengemeenschap waaruit de school voortkomt. Artikel 2, tweede lid, derde volzin, is van overeenkomstige toepassing.
3. Voor de scholen, waar de toepassing van de besluiten, bedoeld in het eerste lid, zou leiden tot een formatie, kleiner dan de bodemformatie, bedoeld in het tweede lid, wordt de formatie vastgesteld volgens het bepaalde in die besluiten.
4. Voor de scholen, waar de toepassing van de besluiten, bedoeld in het eerste lid, zou leiden tot een formatie, groter dan de bodemformatie, bedoeld in het tweede lid, is de formatie gelijk aan de bodemformatie.
5. Artikel 2, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.