BWBR0003644
Geldig vanaf 1984-01-01
Artikel 8
Beschikking bijdragen werkgelegenheid in de bosbouw 1984–1985
1. Het project behoeft de goedkeuring van de directeur.
2. Aan het project wordt goedkeuring onthouden indien naar het oordeel van de directeur uit het project blijkt
a. dat niet voldaan zal worden aan het bepaalde in artikel 7;
b. de werkzaamheden zoals omschreven in het project niet op bosbouwkundig verantwoorde wijze zullen worden uitgevoerd;
c. met de uitvoering van de werkzaamheden zoals omschreven in het project in onaanvaardbare mate schade wordt aangericht aan natuur en landschap;
d. dat de begroting gelet op de aard en omvang van de werkzaamheden niet redelijk is.
3. Eveneens wordt goedkeuring aan het project onthouden indien de uitvoering van de werkzaamheden zoals omschreven in het project
a. bebossing betreft en niet tenminste een eenheid van 50 are grond met een minimale breedte van 30 meter wordt bebost dan wel 0,6 kilometer weg- of rijbeplanting wordt aangebracht.
b. omvorming betreft en niet tenminste een eenheid van 50 are grond of 0,6 kilometer weg- of rijbeplanting wordt omgevormd.
4. De directeur kan bij de goedkeuring van het project, in het belang van een doelmatig bosbeheer, nadere voor schriften stellen welke onder meer verband houden met de tijdsduur, de wijze van de uitvoering van de werkzaamheden en de kwaliteit van het plantmateriaal.
2. Aan het project wordt goedkeuring onthouden indien naar het oordeel van de directeur uit het project blijkt
a. dat niet voldaan zal worden aan het bepaalde in artikel 7;
b. de werkzaamheden zoals omschreven in het project niet op bosbouwkundig verantwoorde wijze zullen worden uitgevoerd;
c. met de uitvoering van de werkzaamheden zoals omschreven in het project in onaanvaardbare mate schade wordt aangericht aan natuur en landschap;
d. dat de begroting gelet op de aard en omvang van de werkzaamheden niet redelijk is.
3. Eveneens wordt goedkeuring aan het project onthouden indien de uitvoering van de werkzaamheden zoals omschreven in het project
a. bebossing betreft en niet tenminste een eenheid van 50 are grond met een minimale breedte van 30 meter wordt bebost dan wel 0,6 kilometer weg- of rijbeplanting wordt aangebracht.
b. omvorming betreft en niet tenminste een eenheid van 50 are grond of 0,6 kilometer weg- of rijbeplanting wordt omgevormd.
4. De directeur kan bij de goedkeuring van het project, in het belang van een doelmatig bosbeheer, nadere voor schriften stellen welke onder meer verband houden met de tijdsduur, de wijze van de uitvoering van de werkzaamheden en de kwaliteit van het plantmateriaal.